Mijn Bevallingsverhaal van Hazel

Er zijn genoeg meisjes die, van jongs af aan, meteen zeggen; ‘moeder!’ zodra je ze de vraag stelt wat ze willen worden later. Ik niet, ik riep de eerste jaren van mijn leven ‘kapper!’ en later ‘advocaat, zoals papa!’. Nu Moederdag er aan komt en de mailtjes met cadeautips en suggesties je om de oren slaan, stelde ik mijzelf die vraag. Wilde ik altijd al moeder worden?

Ik denk dat ik altijd al heb gedacht dat ik dat wel zou willen. Als kind vond ik het logisch dat ik later moeder zou worden, iedereen in mijn omgeving was toch moeder? Ieder kind had een moeder én een vader, vrijwel niemand was gescheiden en alle volwassen vrouwen in mijn leven hadden kindjes en ook altijd meer dan één.

Ik heb met poppen gespeeld, levendige fantasieën met ze uitgeoefend. Gelukkig waren het geen echte baby’s want dat bracht ik het als verzorger er slecht vanaf. Toen ik ouder werd bleef de gedachte dat ik later kinderen wilde wel maar dit leefde niet enorm. Het was geen constante droom waarvan ik hoopte dat die werkelijkheid werd. Het was een beetje alsof het onlosmakelijk aan ouder worden (écht ouder worden) verbonden zat, en dit ook vanzelfsprekend was. Natuurlijk word ik moeder, natuurlijk krijg ik kinderen! Niet realiserende dat dit helemaal niet vanzelfsprekend is.

En toen werd ik ouder, volwassen. Boris en ik kregen al jong een relatie en ondanks dat wij het er nooit enorm uitgebreid over hebben gehad was de consensus duidelijk; er zouden kinderen komen. We hebben het zelfs een paar keer gehad over de mogelijkheid dat dit niet zou lukken, wat wij dan zouden doen. Maar het was geen onderwerp wat vaak terug kwam.

Ondanks dat Boris en ik vroeg trouwden – wij studeerden immers nog beide – wilde wij eerst een leven samen. Eerst maar eens afstuderen, werken en geld verdienen. Een ander huis, ook wel zo fijn en wellicht die grote rondreis door Amerika maken voordat we gebonden zouden zijn aan kinderen. Eerst maar eens echt samen, dag in dag uit het leven doormaken. Want toen wij trouwden was dat niet omdat wij meteen een gezin wilde stichten, wij wilden gewoon trouwen. Wij wilden samen zijn, zo simpel was het. Voor ons was dat al wel vanaf het begin helder, wanneer er kinderen zouden (mogen) komen niet perse.

Het leven kabbelde voort, we waren gelukkig getrouwd en verdienden eindelijk wat geld. Genoeg om ook wat te sparen in de maand en leuke dingen mee te kunnen doen. Over het algemeen kon je spreken van rustig vaarwater, en daar genoten wij énorm van. We konden doen en laten wat we wilden en deden dat dan ook. Je bent jong en je wil wat!

En toen, als een soort bliksemschicht bij heldere hemel werd ik wakker, eind 2014, met een intense wens om een kind te mogen dragen. Om moeder te worden. Om te mogen zorgen voor zo’n lief klein wondertje. En dat wilde ik intens graag met Boris, waarvan ik wist dat hij een fantastische vader zou worden. Dat bleek ook, maar dat daar gelaten.

Boris zijn hoofd stond niet perse naar kinderen op dat moment, we hadden het er ook al tijden niet over gehad. Dit zou een complete verrassing voor hem zijn. Want wanneer we het er wel over hadden, tussen neus en lippen door, werd er gezegd; ‘ja, richting de 30 jaar, dan zou ik wel voor het eerst ouder willen worden’. En ik zei dat ook, wij waren het daar beide over eens.

Maar ik werd 25 jaar dat jaar, we zaten nog vijf jaar van die beoogde leeftijd af. Ik wilde echt niet zo lang wachten! Maar, ik wilde eerst voor mijzelf echt zeker weten dat dit dé wens is en niet een korte periode van ophol geslagen hormonen. Ik hield mijn wens voor mijzelf en toen ik elke ochtend opstond met het verlangen waarmee ik de vorige nacht ging slapen besloot ik het balletje der balletjes op te gooien.

Met zenuwen en veel emoties (ja, ik ben Elise dus ik jank bij alles), verbaliseerde ik mijn wens aan Boris. Hij was lichtelijk verbaasd maar schrok niet – tot mijn opluchting! -. Boris gaf eerlijk aan dat hij nog niet zo ver was, hij dacht immers dat wij nog even wilden wachten. Er was geen reden om erover na te denken in die tijd, dus deed hij dat ook niet. ‘Geef me een maand, dan kan ik in die tijd bekijken hoe ik hierbij voel en of ik dit ook al nu wil’.

Dit was denk ik de langste maand van mijn leven, haha. Maar ik liet hem, hij kreeg die maand. Ik weet namelijk dat Boris en ik heel anders zijn, beslissingen worden heel anders gemaakt. Hij heeft echt tijd nodig en ik, als ongeduldig monster, moest hem dat geven hoe lastig ik dat voor mijzelf ook vond. En wat is nou een maand als het gaat om dé beslissing van je leven?

Na die maand volgden er veel gesprekken. Want die beoogde reis naar Amerika zou er dan nog niet van komen. En wij woonden in een huurhuis terwijl wij toch echt graag een gezin wilden stichten in onze eigen koopwoning met tuin. Allemaal rationele zaken die uit de weg moesten maar het waren zaken die voor hem belangrijk waren. Hij wilde eerste die puntjes op die i’tjes, dat zou dan niet helemaal lopen volgens plan.

Maar hij concludeerde; ‘en toch.. ondanks dat ik het nu nog niet had verwacht wil ik eigenlijk ook wel graag vader worden. Ik wil wel zo’n ventje die op mij lijkt, prachtig lijkt mij dat!’. Mijn baarmoeder moet dat hebben gehoord want ze besloot een hem een kind te geven wat je toch echt minimaal zijn kloon kan noemen. Alsjeblieft lieverd, graag gedaan.

Aan het einde van dat eerste kwartaal begonnen wij aan ons avontuur. Tussen de lakens dan. Over onze wens en de weg naar mijn eerste zwangerschap heb ik al eerder uitgebreid geschreven. Na drie maanden was het raak, de derde keer was scheepsrecht. Of ik tijdens die periode, van willen, hopen en uiteindelijk uitoefenen heb gedacht dat het niet voor ons weggelegd zou zijn? Jazeker, bijna dagelijks. Maar het lukt wel, ik beviel negen maanden later van een prachtig gezond en sterk kereltje. De kloon die Boris zo graag wilde.

Op die dag, de eerste van de maand maart 2016 werd ik moeder. Boris en ik werden ouders. Een baan, een levensinvulling, een missie en een droom die werkelijkheid werd. Pas toen ik overvallen werd door schreeuwende hormonen die constant zeiden; ‘vul die baarmoeder!’, werd de hypothetische en toekomstige wens, eentje van actieve en concrete aard.

Wilde ik altijd al moeder worden? Ja, dat kan ik wel zeggen. Maar het ging pas echt leven toen ik er klaar voor was, toen mijn lichaam, geest, hormonen en emoties ook zover waren. En wat een geluk, dat wij ook handen en voeten konden geven aan die wens. Dat drie maanden later één cel zich bleef vermenigvuldigen tot de miljoenen die het nu zijn, in de vorm van een ronkende kleuter naast mij.

Zondag is het Moederdag. Een dag die ik, sinds de komst van Fos, echt anders ervaar. Ik kijk anders naar mijn moeder, mijn schoonmoeder maar ook naar mijn (schoon)zussen en vriendinnen die kinderen hebben gekregen. Op deze dag denk ik altijd aan de vrouwen die wel een intense wens hebben, al van jongs af aan, om een kind te mogen dragen of (be)moederen. Vrouwen bij wie die wens (nog) geen uiting heeft gekregen. Op Moederdag sta ik altijd stil bij die wensmoeders. Op Moederdag knuffel ik mijn kroost nog een keertje extra omdat ik weet dat mijn verkregen titel eentje van hartzeer is bij vele andere vrouwen. Het is er een van zeer waardevolle aard en wanneer mijn bloedjes mij weer eens tot waanzin drijven, is het goed dat te beseffen. Ook op die momenten is het alsnog allesomvattende rijkdom.

Liefs,

Elise Joanne