shutterstock 250745014 5679x3786 - Vol Verwachting: Louise's Bevallingsverhaal van Cas!

Vandaag is de tijd gekomen om het verhaal van Louise en haar bevalling te mogen publiceren. En dat doe ik met heel veel liefde! En is een prachtig, eerlijk en emotioneel verhaal geworden. Een flinke zit – maar het absoluut waard! – dus pak een kop thee en lees mee.

Je kan Louise hier volgen op Instagram.

De rubriek ‘vol verwachting’ is een hart onder de riem voor veel vrouwen die in hetzelfde schuitje zitten. Het schuitje van een bijna tastbare kinderwens maar (nog) zonder resultaat. Anna schreef als eerste, negen delen lang nam ze ons mee op haar reis en zij beviel van een prachtige zoon. Louise volgde afgelopen anderhalf jaar en ook zij mag zeer binnenkort een zoon in haar armen sluiten. De rubriek is voor vrouwen met een hartenwens en een verhaal. Eline is de volgende in de rij die ik enorm graag de ruimte wil geven om haar pad, geschiedenis, verhaal en dromen te delen. Met ons. Waar ik dat niet kan doen deze vrouwen dat voor andere vrouwen, voor andere wensmoeders. Mijn dank is groot.

Eline neemt dus het stokje over. Zij mailde mij aan de vooravond van haar afspraak bij het ziekenhuis, inmiddels zij we enkele maanden verder en heeft ze alles bijgehouden uit die tijd. Ze start dus bij het begin en zal ons komende maanden meenemen in haar verhaal tot, hopelijk, hetzelfde zeer gewenste einddoel als de andere dames. Waar de achterban van Anna en Louise niet geheel op de hoogte waren van dit proces en dus anoniem wilde schrijven, heeft Eline besloten haar eigen naam te gebruiken.

Alle delen van Anna d’r hand kan je hier lezen, en alle delen van Louise kan je hier lezen.

Louise – Bevallingsverhaal

De afgelopen tijd schreef ik over jaren fertiliteitstraject en mijn zwangerschap. In mijn vorige blog vertelde ik waarom mijn bevalling medisch is en waar op gelet moet worden. En nu is het dan eindelijk zo ver; ik ben moeder! Onze zoon is in mei 2020 geboren. Vandaag vertel ik je mijn bevallingsverhaal.

De weken kruipen voorbij. Ik heb er een hard hoofd in dat het spontaan gaat gebeuren. Ik heb een voorgevoel dat die kleine lang blijft zitten en dat ik uiteindelijk moet worden ingeleid. Het is dus ook niet zo gek dat ik voorbij 11 mei ga, mijn uitgerekende datum. Een dag later heb ik een controle afspraak bij de verloskundige. Ik had de week daarvoor al aangegeven er klaar mee te zijn. Hoewel het eigenlijk nog goed gaat, wil ik het gewoon achter de rug hebben. Het heeft allemaal lang genoeg geduurd. Ik loop steeds meer vol met vocht en de dagelijkse wandelingen worden steeds pittiger.

De verloskundige kijkt op mijn verzoek of ze mij kan strippen. Dat toucheren valt mij tegen. Er is geen verweking en geen ontsluiting. Wat een teleurstelling. Drie dagen later, vrijdag 15 mei, ben ik er weer. Ze doet nog een poging. Ze denkt dat de baarmoeder ietsje meer verweekt is maar opnieuw is er geen ontsluiting. Ze doet enorm haar best en probeert zelfs een beetje ontsluiting te creëren door flink te wroeten. ‘Je houd het goed vol hoor, dit is echt heel gemeen’, zegt ze. Oh gelukkig, ik dacht echt dat ik mij zat aan te stellen door mijn kiezen stevig op elkaar te bijten. Helaas mag het niet baten, het heeft geen enkel effect. Ze beloofd mij door te verwijzen naar het ziekenhuis voor extra controles op de maandag en om een eventuele inleiding te bespreken.

In het weekend verlies ik steeds wat slijm. Geen prop, zoals je wel eens hoort, maar het is duidelijk anders dan gewone afscheiding. Na het toucheren had ik opnieuw wat kleine krampjes maar het zette niet door en ook op zaterdag en zondag heb ik nergens last van. Ik zit met mijn hoofd bij maandag, dan komt er hopelijk meer duidelijkheid. Ik ben dan precies 41 weken zwanger en ik denk toch wel met zekerheid te kunnen zeggen dat aankomende week de week gaat worden waarin onze zoon wordt geboren.

Zondagavond maakt mijn vriend het huis nog even schoon. De Maxi-Cosi staat daarom bovenop de eettafel. En vlak voordat wij naar bed gaan klop ik er nog even bemoedigend op. Gekscherend zeg ik; ‘Tot vannacht’. Ha, dat zou mooi zijn maar nee, leuk bedacht.

Het is omstreeks 03:00u als ik wakker word en moet plassen. Weer terug in bed kan ik niet meteen verder slapen. Wanneer ik van mijn linker naar mijn rechter zij draai voel ik nattigheid tussen mijn benen. In een reflex grijp ik mijn kruis vast met mijn hand. Eigenlijk weet ik vrijwel direct wat het is; mijn vliezen zijn gebroken. Ik spring meteen uit bed. Het water loopt langs mijn benen naar de grond. Er ontstaat meteen een plasje. Gauw naar de badkamer, bedenk ik mij. Daar had ik een Tupperware bakje neergezet om eventueel wat vruchtwater op te kunnen vangen en zo goed de kleur te kunnen zien. Als een kind die zojuist in haar broek heeft geplast waggel ik naar de badkamer. Ik laat een prachtig spoor van vruchtwater achter mij. Ik hou de broekspijp van mijn inmiddels doorweekte boxershirt opzij en laat het in het bakje lopen. Shit. Letterlijk en figuurlijk want het is donker; de kleine heeft in het vruchtwater gepoept.

Zo sta ik een paar tellen, of misschien wel minuten op de badkamer. Het gaat gebeuren! Oh my god! Met het bakje nog tussen mijn benen hups ik terug naar de slaapkamer. Mijn vriend zit nu rechtop in bed. ‘Uhh.. mijn vliezen zijn gebroken’. Hij wrijft wat in zijn ogen en mompelt iets van ‘oh’. Hij stapt het bed uit en loopt richting mij de gang op. Vervolgens de trap af en ik kijk hem na. ‘Nou, dan zal ik maar eens dweilen’, zegt hij al slaperig. Mijn vriend is direct in de praktische modus geschakeld, dat is wel duidelijk. Met de dweil en emmer komt hij terug en wist het spoor dat ik heb achtergelaten weg. Ik vertel dat het meconium houdend vruchtwater is en dat ik in dat geval de verloskundige meteen moet bellen. Ik besluit eerst even goed uit te lekken op het toilet. Het blijft maar komen, zeker als ik een beetje druk geef. Weer terug boven verschoon ik mezelf even en pak het dikke kraamverband er bij. Ik heb wat menstruatieachtige krampen, maar ik kan nog niet helemaal inschatten of ik dit nu constant voel of dat het komt en gaat. Ik ben dan ook zo druk in mijn hoofd. Ik heb inmiddels het telefoonnummer van de verloskundige bij de hand maar we zijn inmiddels al zo’n drie kwartier verder wanneer ik eindelijk bel. Ik wist precies wat ik allemaal moest doen maar ik ben gewoon een beetje in de war van alles en kan duidelijk niet meer zo helder nadenken.

‘Mijn vliezen zijn gebroken en de kleine heeft in het vruchtwater gepoept’, vertel ik aan de telefoon. ‘Ik kom er aan!’, hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik moet ineens nodig poepen en ga dus gauw weer naar het toilet. Zo, dat ben ik in ieder geval al kwijt. Scheelt straks vast met de bevalling. Ik merk dat ik geconcentreerder adem en een beetje zucht. Volgens mij heb ik al weeën. Ik pak de weeën timer op mijn telefoon er bij terwijl mijn vriend de laatste spulletjes bij elkaar zoekt voor in de vluchttas. Ik ben verbaasd dat de weeën al vrij snel op elkaar volgen. Binnen de vijf minuten komt er al weer één en ik heb er nog maar vier of vijf bijgehouden in de app of ik krijg al de melding ‘Maak u klaar om naar het ziekenhuis te gaan. De baby komt er aan’.

De verloskundige staat voor de deur. Ze checkt mijn bloeddruk, werpt een blik op het Tupperware bakje en concludeert dat de baby inderdaad gepoept heeft. Daar waar het eerst begon met wat groenige sliertjes is het nu inmiddels bijna zwart geworden. Samen luisteren wij nog even naar het hartje en voelt ze aan mijn buik tijdens een wee. Alles is goed. De laptop wordt er bij gepakt en ze typt de overdracht voor het ziekenhuis. In eerste instantie zou mijn eigen verloskundige er bij zijn tot aan de ruggenprik, maar door het meconium houdend vruchtwater ben ik meteen al medisch. ‘Red je het nog om zelf naar het ziekenhuis te rijden?’, vraagt de verloskundige. Ze weet namelijk dat mijn vriend geen rijbewijs heeft. Ik twijfel. Ik vind het wel prettig zelf nog wat controle te hebben maar de weeën komen al zo snel achter elkaar ik moet mij er steeds meer op concentreren. Ik besluit dat het niet verstandig is en zo worden wij door de verloskundige naar het ziekenhuis gebracht. Maar goed ook, want in de autorit van zo’n vijftien minuten zucht ik drie à vier weeën weg.

Ze brengt ons naar verloskamer drie en neemt vervolgens afscheid. Op deze achttiende mei word ik om 05:00 uur officieel opgenomen. Ik word hartelijk ontvangen door een verpleegster. Ze legt mij aan het CTG om zo de hartslag van mij, de baby en de weeën activiteit te registreren. Een klein uurtje later wordt er vast een infuus geprikt en wordt er bloed afgenomen dat voor onderzoek naar het lab gaat. ‘Je hebt geen weeën meer he?’, wordt mij gevraagd. Ik lig hier toch echt te puffen. Wat kletst ze nou. Ze voelt even aan mijn buik en verplaatst de band die om mijn buik zit en de weeën registreert. Er ontstaat meteen een piek op de monitor. Die kleine millimeter naar beneden zorgt er voor dat bevestigd wordt wat ik al zei en vooral voel; ik heb wel degelijk nog steeds weeën.

Er wordt voor een eerste keer gekeken hoeveel ontsluiting ik heb. Dat blijkt 1 centimeter te zijn. De verloskundige geeft mij uitleg over de ruggenprik en laat mij weten dat ze al gebeld heeft om dit te regelen. Ik ben verbaasd. ‘Nu al?’, vraag ik. Als ik het moment zelf had mogen kiezen dan had ik zeker nog even gewacht. De weeën worden steeds pijnlijker maar ik kan ze prima hebben. Ergens vind ik het opvangen van de weeën heel bijzonder en magisch. Het is zo’n apart gevoel. Ik kan eigenlijk niet omschrijven hoe ze voelen maar je voelt het opkomen, het bereikt de top en zwakt dan weer af. Tussendoor heb ik ook echt geen pijn en dat maakt dat dit met niets te vergelijken is. Het is mooi wat mijn lichaam allemaal doet. In de ochtend blijkt het altijd erg druk te zijn op de verkoeverkamers en de OK. Ze willen de drukte voor zijn. En zo word ik om 06:30 uur met bed en al naar de verkoeverkamer gereden. Mijn vriend moet zo’n prachtig blauw pakje aan en mag, geheel tegen mijn eigen verwachting, gewoon mee.

De anesthesist heeft er zin in. Het is een vrolijke Belgische dame die flink aan het dollen is met haar assistente. Ik ga op de rand van het bed zitten en zucht nog even een wee weg. Tussen mijn benen staat die lieve verpleegkundige. Ze legt heel rustig en zacht uit wat er gaat gebeuren. Het is een van de dingen die ik in mijn beval-/geboorteplan heb vermeld; communicatie. Ik wil graag alles weten, het stelt mij gerust. Met een koude roller wordt mijn rug schoongemaakt. Ik krijg eerst een verdovingsspuit en daarna volgt de ruggenprik zelf. Ik voel het spuitje in mijn rug gaan en het tintelt een beetje. Hetzelfde gevoel heb ik bij de ruggenprik zelf. Het deed mij totaal geen pijn. De anesthesist die de lolbroek nog steeds aan heeft zegt dat ik zo netjes en rustig bleef zitten dat ze mij eigenlijk voor een informatie filmpje hadden kunnen gebruiken. Ik mag weer liggen en de vloeistof wordt langzaam ingespoten. Ik voel het van mijn rug naar mijn billen lopen. ‘Voel je iets?’, wordt mij gevraagd.  ‘Ja! Ik krijg lekkere warme billen’. Ik ben compleet verbaasd als mij vervolgens een ijsje wordt aangeboden. ‘Oh lekker! Wat zijn jullie allemaal lief en wat word ik verwend.’ Ik krijg een heel klein waterijsje, ter grootte van mijn pink. Hij is heerlijk! Ik moet eerlijk bekennen dat ik lichtelijk teleurgesteld ben als ik zie dat het ijsje, voor de man naast mij, zo groot is als mijn wijsvinger, maar ach.

Ineens begint het een beetje te draaien en ik word misselijk. Het geluid om mij heen zwakt af en ik voel mezelf een beetje wegzakken. ‘Ik voel mij niet zo lekker’, zeg ik. Het bed wordt plat gelegd en via het infuus krijg ik twee zakken vocht. Mijn bloeddruk is gaan dalen door de ruggenprik. Vervolgens krijg ik ook nog iets tegen de misselijkheid. Ik voel mij al snel beter. En als ik nog even zucht vanwege het laatste beetje misselijkheid, kijkt de verpleegkundige mij aan. ‘Voelde je dat?’, vraagt ze. Och verrek, ze heeft het natuurlijk over de weeën! Met een grijns op mijn gezicht zeg ik dat ik niets voel en ik blijk al die tijd gewoon weeën te hebben gehad. Mooi! In mijn linkerbeen heb ik inmiddels geen gevoel meer. Als ik er met mijn vinger in prik voelt het aan als een homp vlees wat niet bij mij hoort. Ik voel de aanraking wel, maar heel anders. Ik kan moeilijk omschrijven hoe gek dat voelt. Mijn rechterbeen is wat zwaar maar daar heb ik nog wel gevoel in en kan ik ook bewegen (met een beetje hulp en ondersteuning)

Iets voor 08:00 uur in de ochtend mag ik terug naar de verloskamer. Helaas neemt de lieve verpleegkundige afscheid van ons, ze wordt afgelost door iemand anders. Jammer, ik vind haar zo fijn. Ik had haar graag de hele tijd bij mij gehad. ‘Je bent een schatje!’ roep ik haar nog even na.

Na ongeveer drie kwartier wordt er een katheter gezet en ik krijg te horen dat mijn weeën zijn afgezwakt. Via het infuus gaan ze beginnen met weeën opwekkers en die worden iedere 15 à 20 minuten opgehoogd. Tegen 09:30 uur zijn ze er weer consequent maar nog niet zo krachtig als ze willen. Ondertussen krijgen wij een menukaart. Voor het avondeten mogen wij kiezen uit 24 gerechten. Ik kies voor een schnitzel met groente en aardappeltjes. Het toetje kan ik mij niet meer herinneren, waarschijnlijk kon ik ook nog geen keus maken omdat alles mij lekker leek.

Tegen 11:00 uur zijn de weeën opwekkers al vijf keer omhoog gezet. Ik voel wat gekriebel en soms wat krampjes in mijn buik. Iets na twaalven heb ik 2 tot 3 centimeter ontsluiting. Dat schiet dus nog niet echt op. Een seintje voor het personeel om de weeën opwekkers te blijven ophogen. De weeën komen nu dwars door de ruggenprik heen. Ik moet mij opnieuw concentreren op mijn ademhaling en zucht ze weg. Op het scherm is te zien dat ik twee krachtige weeën heb in nog geen vijf minuten. Een verpleegkundige die mij nog wat drinken komt aanbieden ziet mij puffen. ‘Oei.. het is pittig voor je he?’. Ze besluit het infuus een tikje lager te zetten. Ze geeft aan niet te weten of het wel mag. ‘Desnoods ga ik voor de deur liggen als ze ‘m weer willen komen ophogen’, grapt ze nog.

Ondertussen filmt mijn vriend hier en daar wat. Ook een van mijn wensen. En hij mag ondertussen de kleertjes klaarleggen voor onze zoon. Het is even een besef momentje dat het nu allemaal aan het gebeuren is. Vandaag, misschien morgen, ontmoeten wij onze kleine man. Hoewel het infuus een standje lager is gezet voel ik de weeën nog steeds en moet ik mij blijven concentreren. Tussendoor neem ik een hap van mijn brood want het is lunchtijd. Mijn vriend lacht omdat ik inmiddels al eeuwen over een boterham doe maar als de weeën zo snel op elkaar volgen heb je amper tijd om een hap te nemen en deze door te slikken. Ik stuur tussendoor mijn familie nog een foto van de dag er voor en vraag op Instagram hoe ze denken dat de baby gaat heten als hij zich deze week aandient. Hierdoor heeft niemand in de gaten dat ik op dat moment lig te bevallen. 

Dat het momenteel zo pittig is blijkt in ieder geval wel effect te hebben. Het is inmiddels iets na 14:00 uur, drie uur na de vorige meting en ik heb nu 6 centimeter ontsluiting. Ruim het dubbele. Euforisch ben ik niet want ik krijg het amper mee. Ik hoor dat er dingen gezegd en besproken worden maar ik sla het niet echt op. Soms lijkt het net alsof ik niet in de ruimte aanwezig ben. Er zit al een tijdje geen pauze meer tussen de weeën. Ik weet niet waar ik het zoeken moet. De pijn blijft maar aanwezig en ik verlies het contact met de mensen om mij heen. Ik weet dat mijn vriend er is maar praten doen we al een tijdje niet meer. Hij aait soms over mijn hoofd en probeert mijn hand te pakken. Die sla ik nog net niet weg. Ik lig op mijn rechterzij met een kussen tussen mijn benen en ik hou een bed steun vast. Ik knijp er in en duw mezelf weg. Het maakt het opvangen van de weeën net ietsje dragelijker. Met de kracht die ik gebruik is het ook maar beter dat ik de hand van mijn vriend niet vast heb.

Inmiddels heb ik er beenweeën bij gekregen. Die zijn helemaal niet te doen. Ik heb het geluk dat ik in mijn linkerbeen niets voel maar de kramp in mijn rechterbeen is niet te harden. Ik zet mijn vuisten er in om tegendruk te geven. Mijn vriend merkt dit op en neemt dit van mij over. Voor mij heel fijn want ik heb ondertussen geen kracht meer in mijn armen en voor hem fijn omdat hij eindelijk iets voor mij kan betekenen. Wanneer er weer iemand van het personeel op mijn kamer is kan ik eindelijk even praten. Ik snap niet dat ik al uren niets meer merk van die ruggenprik. Ik heb er nog geen drie uurtjes profijt van gehad. In een heldermoment vraag ik of de ruggenprik opgehoogd kan worden. Ze gaan overleggen.

Ze besluiten een bolus toe te dienen. Dat is een soort boost die je krijgt en dus geen algehele verhoging. Ik kan opnieuw niet meer communiceren en ik hoor dit dus, maar reageer niet. Ik kan dus ook niet vragen waarom ze hiervoor kiezen. Na een paar minuten zijn die ellendige been weeën eindelijk weg, maar rust heb ik nog altijd niet. Ik zit nog steeds in een weeën storm. Volgens het CTG heb ik tegen 15:00 uur nog altijd 5 weeën in 5 minuten. Kennelijk registreert de monitor wel pieken en dalen maar ik voel die nauwelijks of helemaal niet. Het is een constante pijn. Het is een ware uitputtingsslag en ik zit helemaal in mijn eigen bubbel. Gelukkig is er opnieuw iemand die ziet dat dit echt te gek is en het infuus met weeën stimulerend middel wordt weer een stapje terug gezet.

De zoveelste dienstwissel vind plaats. Ik heb geen idee meer hoeveel mensen ik inmiddels al aan mijn bed heb gehad. Telkens komt iemand zich weer voorstellen maar het zal allemaal wel. Sommige zie ik maar één keer, andere iets vaker maar echt contact zoals ik dat in het begin heb gehad met die eerste verpleegkundige is er niet meer. Ik ervaar erg veel druk beneden en mij wordt geadviseerd weer op mijn rechterzij te gaan liggen. Dat gaat niet zo makkelijk met een been dat er wel hangt maar niets doet, dus word ik er bij geholpen.

Iets na 17:00 uur heb ik 8 centimeter ontsluiting. Opnieuw hoor ik dat dit gezegd wordt maar sla ik het niet op. Dat is eigenlijk jammer, want zo is er ook niet het besef dat het einde toch echt in zicht is. Ik lig nog steeds op mijn zij maar zo worden mijn weeën niet goed geregistreerd. Deze keer komen ze daar gelukkig zelf achter. Mijn vriend krijgt een knop in zijn handen. Iedere keer wanneer er een wee is moet hij dit indrukken en als de wee voorbij is moet hij weer loslaten, zo komen de weeën toch op de monitor te staan. Opnieuw weer iets wat hij kan doen. Hij voelt zich weer even nuttig en spreekt dit ook uit wanneer hij weer wat filmt.

De enige communicatie die wij op dat moment hebben is mijn ‘ja’ als de wee begint en een ‘klaar’ als ie over is. Nu ik mij ook op deze twee woordjes moet concentreren merk ik pas hoelang een wee aanhoud en hoe weinig tijd er opnieuw of beter gezegd nog steeds tussen zit. Ik zeg weer ‘ja’ en mijn vriend drukt. Ik adem in en uit, in en uit. De pijn blijft scherp en zakt maar niet weg. ‘Heb je nog steeds…?’ voordat mijn vriend zijn zin af kan maken knik ik al heftig ja. Ja, ik heb nog steeds een wee. Ik adem in en uit en even later vraagt hij het nog maar eens. ‘Is dit nog steeds dezelfde wee?’. Ik knik opnieuw ja. Hij is onder de indruk want er zijn ruim twintig minuten verstreken. Ik blijf nog altijd rustig ademhalen en knijpen in het bed steun, maar het wordt mij zo langzamerhand wel echt te gek.

Ik merk zelf op dat ik geluid ben gaan maken. Bij het uitademen grom ik. De druk is nog meer toegenomen en ik denk dat dit wel eens persweeën kunnen zijn. Ik kan mezelf ook niet stilhouden. Het is niet dat ik veel lawaai maak, maar ik ben al die tijd helemaal stil geweest en nu produceer ik ineens wel geluid. Ik word gek want er is nog altijd geen pauze. Mijn vriend lijkt op te merken dat er iets veranderd en vraagt of hij op de knop moet drukken. Ja! Het zal inmiddels wel spitsuur zijn want het duurt behoorlijk lang voordat er eindelijk iemand komt kijken.

Het is bijna 17:45u als er een verloskundige op de kamer komt. Ik kan weer heel even snel praten en geef aan dat ik het niet trek. De druk beneden wordt steeds erger en die weeën storm is killing. Ik ben zo verschrikkelijk moe. Er wordt aan de anesthesist gevraagd of er weer een bolus toegediend mag worden. De vorige nam alleen de beenweeën weg maar verder was alles nog net zo heftig. Oke, het had dus wel effect maar over all heb ik wel mijn twijfels bij die ruggenprik en dan met name de stand waarop hij staat ingesteld.

Ze krijgen groen licht. Ik krijg weer een bolus maar tegelijkertijd worden de weeën opwekkers weer omhoog gezet. Ik snap het niet. Zo heeft die hele bolus toch ook geen zin? De pijn neemt dan ook niet af maar alleen maar weer toe. Het enige dat veranderd is dat ik af en toe weer een kleine pauze heb tussen de weeën en dat is mij op dit moment wel heel veel waard. Het is 18:00 uur als de verpleegkundige in het dossier zet dat het drukgevoel toeneemt tijdens de pieken van de weeën. Ik geef aan dat ik denk dat het persweeën kunnen zijn maar dat is volgens hen te vroeg. Achteraf (na het lezen van het bevalverslag) blijkt dat dit het moment is waarop er een eerste abnormale CTG te zien is.  De hartslag van de baby stijgt teveel en hij lijkt het wat moeilijker te krijgen.

Een uur later, om 19:00 uur wordt er getwijfeld aan de ligging van de baby. Mogelijk ligt hij met zijn oor tegen zijn schouder waardoor hij zich breder maakt en daardoor niet goed naar beneden kan zakken maar wel veel druk veroorzaakt. Ik mag proefpersen. De baby komt dieper, kan ik later lezen in het verslag, maar dit wordt niet vertelt. Er wordt nog een keer getoucheerd en de verloskundige kan het laatste randje aan de rechterkant wegduwen. 10 centimeter. Volledige uitsluiting.

Ik moet een paar keer van mijn ene zij op de andere draaien. Wij hebben op dat moment niet door dat er al een tijdje een abnormale CTG is en ik heb dan ook niet het besef waarom ik steeds moet draaien. Ik doe het maar braaf en ben vooral bezig met het opvangen van de weeën. Het drukgevoel is op de ene zij sterker dan op de andere en dit hangt ook nog van de wee zelf af. Het personeel wil dat ik meer druk ervaar om te kunnen persen en dus gaat het infuus met weeën opwekkers wéér een stap omhoog. Het enige wat ik telkens hoor is ‘omhoog’. En ik snap het gewoon niet. De pijn is nog altijd zo heftig dat ik mij af moet sluiten van wat er om mij heen gebeurt maar langzaam aan raak ik nu wel een beetje gefrustreerd. Al die tijd is er geen of een slechte communicatie en ik kan mij niet uiten. Als ik voor de zoveelste keer hoor dat ze gaan ophogen roep ik; ‘alweer? Hou eens op joh. Ik heb echt al pijn genoeg hoor!’.

Om 19:30 uur wordt besloten een schedel elektrode te gaan plakken. De CTG blijft abnormaal maar de registratie lijkt ook niet optimaal te zijn. Met een klein haakje wordt er een elektrode op het hoofdje van onze zoon geplakt. Dit is verbonden aan de monitor en ze moeten zo een betere indruk krijgen van hoe de baby het op dit moment maakt. De hartslag van de baby stijgt te veel tijdens de weeën.

De druk wisselt nog steeds per wee en dus wordt mij vertelt ze zoveel mogelijk weg te zuchten als dat kan of anders een beetje mee te geven, maar nog niet volle bak te gaan. Ze willen graag dat ik bij iedere wee een zelfde soort druk voel om te persen en zo wordt, je kunt het inmiddels wel raden, het infuus weer een stapje opgehoogd. Nog geen kwartier later is er opnieuw geen rust tussen de weeën. Ik voel nu helemaal geen pieken en dalen meer en weet niet meer wanneer ik nou wel of niet zou moeten persen. Ik ben weer in een weeën storm beland. Er wordt gesproken over tachysystolie, wat overmatige weeën betekent. Je hebt dan meer dan zes weeën in tien minuten. Hoeveel ik er daadwerkelijk heb weet ik niet maar dat ik het op dit moment ongelofelijk zwaar heb is wel duidelijk. Godzijdank zetten ze het infuus een stapje terug.

Er wordt nog altijd getwijfeld aan de ligging van de baby en dus wordt er een echo gemaakt. Ik kijk mee, want dit zal de laatste keer zijn dat ik onze zoon op een echo kan zien. Daar waar ik met alle echo’s altijd heel goed kon zien hoe en wat zie ik nu alleen maar een grijs beeld. Het is ook een hele korte echo en ons wordt niet vertelt of ze er een conclusie aan konden verbinden. Ik ben ook zo van de wereld dat mij dat ook niet kan schelen. Al die vragen komen pas later.

Het is 20:00 uur wanneer het infuus met weeën opwekkers helemaal wordt uitgezet. Het telkens een stapje terug zetten heeft namelijk geen zin, de weeën storm blijft aanhouden. Mijn frustraties nemen met de minuut toe. Eerst was de CTG abnormaal maar inmiddels zijn ze gewoon slecht. De schedel elektrode geeft niet voldoende informatie en deze wordt weer verwijderd. Er wordt besloten een MBO (micro biologisch onderzoek) te verrichten. Er wordt een koker bij mij naar binnen geschoven en deze komt tegen het hoofdje van de baby aan. Met een staafje die door de koker naar binnen gaat wordt het hoofdje van onze zoon schoon gemaakt. Ik moet er voor zorgen dat er druk op zijn hoofd ontstaat zodat zij een buisje met bloed kunnen vullen nadat ze hem geprikt hebben. Ik moet twee keer achter elkaar persen want één MBO’tje bestaat uit twee buisjes bloed en twee uitslagen.

De uitslag is niet goed en vanaf 20:13 uur moet ik actief gaan persen. Daar waar het personeel tot nut oe totaal niet bezig was met allerlei corona maatregelen, slaat dat nu om. Eerst had niemand een mondkapje om of handschoenen aan en lag ik iedereen recht in hun gezicht te puffen. Nu is iedereen compleet bedekt en dragen ze spatmaskers. Ik zie alleen twee nietszeggende ogen. Ons wordt nu wel duidelijk dat er iets mis is en dat die kleine snel geboren moet worden. Na vijftien minuten moeten ze het mbo-tje herhalen. De koker wordt weer ingebracht en hetzelfde ritueel volgt. Weer twee buisjes bloed gaan mee voor onderzoek. De uitslag lijkt goed maar de foutmarge is te hoog. Dit maakt dat ze niet op de uitslag mogen vertrouwen. Een derde mbo wordt afgenomen. Wanneer de verloskundige voor een derde keer het hoofdje van mijn zoon ontsmet zeg ik ‘hij heeft straks in ieder geval een lekker schoon bolletje.’ Er is te weinig materiaal en dus volgt er een vierde ronde. Ook hier is de foutmarge te hoog en is de uitkomst onbetrouwbaar.

Links in de hoek hoor ik hoe de verpleegkundige nieuwe buisjes vraagt aan iemand. ‘Alweer?’ is haar reactie. ‘Neem er maar meteen wat meer mee’, hoor ik haar nog zeggen. Ik voel mijn hart in mijn borstkast kloppen. Ik begin de controle te verliezen en kan mij bijna niet meer concentreren op de weeën. Wat is er toch allemaal gaande? Waarom praat niemand met mij? Het gaat allemaal over mij maar niemand informeert hoe het gaat of legt mij uit wat er is. De bubbel waar ik al die tijd in zat wordt langzaam door geprikt en ik kom steeds meer terug in de kamer. Dit is absoluut geen fijn moment.

De gyneacoloog wordt geïnformeerd over de onbetrouwbare testen en wordt gevraagd naar de verloskamer te komen. Het personeel is nu ook gefrustreerd. Het moet voor hen vast ook heel vervelend zijn om continu die testen uit te moeten voeren en daarmee mij en de baby te pijnigen. Ik weet niet waarom maar de ruggenprik wordt ineens uitgezet. Ik moet eerlijk zeggen dat ik op dit punt ook niet meer weet of de pijn toeneemt of niet. Ik zit voor het eerst gedurende deze bevalling vooral in mijn hoofd in plaats van in mijn lijf.

Het is 20:45 uur als een vijfde mbo wordt afgenomen in opdracht van de gyneacoloog. Ze zijn nu al een halfuur bezig met alleen deze testen. Het infuus met weeën opwekkers wordt weer aan gezet. Heel veel handelingen achter elkaar en tegelijkertijd en ik snap er niets meer van. ‘De foutmarge is te hoog’. Menen ze dit nu serieus? Er zijn inmiddels tien buisjes bloed weggegaan voor onderzoek, wat betekent dat ik tien keer heb moeten persen om de druk op het hoofdje van mijn baby te laten toenemen, zodat zij die buisjes kunnen vullen. Los van die onderzoeken pers ik ook nog gewoon. Het kost allemaal zoveel kracht. Ik hoor dat de baby niet dieper komt te liggen.

Ik heb wel pijn, maar de weeën bereiken geen top. Ik pers wanneer ik denk dat het moet en ga er maar vanuit dat het goed is want ik hoor niets. Ik krijg geen instructies, weet ook niet of er op de monitor wel pieken te zien zijn of dat ik weer in een weeën storm ben terechtgekomen. Een zesde mbo wordt afgenomen terwijl ze de weeën opwekkers weer een stand omhoog gooien. Binnen tien minuten neemt de pijn weer zo erg toe dat ik noodgedwongen terug keer in mijn bubbel. Even ben ik weer gedachten- en emotieloos.

Het personeel krijgt te zien dat ik 5 weeën in 10 minuten heb en ze besluiten nog even te wachten met ophogen, maar dat is voor korte duur. Om 21:23 uur wordt een zevende mbo afgenomen. En omdat ook deze uitslag weer niet betrouwbaar is verandert de sfeer in de verloskamer. Ik voel paniek onder het personeel en mij wordt gevraagd met volle kracht te persen. Het infuus gaat weer een standje omhoog en dat terwijl het al niet meer te behappen was. Ik ben zo verschrikkelijk moe. Ik ben al bijna negentien uur wakker en sinds 12:30 uur deze middag is het zó pittig. ‘Door blijven persen’, wordt mij gezegd.

Ik kan niet meer en ik geef dit aan. Ik hoor ook dat de baby nog lang niet diep genoeg ligt wat behoorlijk ontmoedigd, zeker omdat ik al ruim ander halfuur met volle kracht aan het persen ben. Ik hoor dat er een spoedkeizersnede of een vacuümverlossing aan zit te komen maar ze hakken de knoop niet door.  ‘Deze wee mag je even op adem komen en de volgende geef je weer 100%’. Ik antwoord niet. ‘Oke?’. Nee, denk ik. Rot op met je persen. ‘Oke, na deze dan’, wordt mij gezegd. Ik doe niets meer. Het is net of mijn hele lichaam blokkeert en deze hele bevalling pauzeert. Pijn heb ik wel maar ik kan mij er niet toe zetten hier iets mee te doen.

Ik zit vol frustratie. De nare sfeer die in de kamer hangt zorgt bij mij voor onrust. Ik word gek van al die mbo’tjes die geen enkele informatie brengen behalve onzekerheid en zorgen. Gaat het wel goed met mijn zoon? Waarom blijven ze deze testen keer op keer herhalen en waarom wordt er niet gewoon ingegrepen? Alle voorgaande uren ben ik rustig gebleven. Ik heb zo wat geen kick gegeven. Ik kon alles langs mij heen laten gaan. Ik was hier met één doel en daar was ik mee bezig maar het is net of alles nu ineens helder is en binnenkomt als een bom. Ik kan de weeën en vooral de onzekerheid niet meer aan.

Het is nu 21:37 uur. ‘Je moet nu echt gaan persen’, wordt weer gezegd. En nu breek ik. De tranen rollen over mijn wangen. Ik ben mijn emoties niet meer de baas. ‘Help mij dan toch’, snik ik. ‘Ik kan niet meer. Ik ben zo moe en ik heb zo’n pijn’. Dit is ook het moment dat mijn vriend breekt. Ik krijg hier weinig van mee maar ik hoor en zie wel dat hem een tissue wordt aangereikt. Hij heeft al die tijd hoop en vertrouwen gehad in een goede afloop maar schrikt van mijn woorden en het feit dat ik de boel op dit moment aan het saboteren ben. Zo kent hij mij niet en dus wordt voor hem ook pijnlijk duidelijk hoe intens en heftig dit is. Ik denk dat ik stopte met persen en mijn kont in de krib gooide omdat dat het enige signaal leek dat ze wél zouden oppakken, want er werd duidelijk niet écht naar mij gekeken en geluisterd.

‘Breng mij dan gewoon naar de OK’ roep ik in paniek. ‘Maar dat brengt gevolgen en risico’s met zich mee bij een tweede kindje en… ‘, zegt de verloskundige. ‘Wat kan mij dat nou schelen! Ik ben nu aan het bevallen van deze.’. Ik ben kwaad. Ik heb op dit moment iemand nodig die mij vastpakt, in mijn ogen aankijkt en mij geruststelt, maar dat gebeurt niet. Was die verpleegkundige er maar van het hele begin denk ik nog, maar ik heb natuurlijk geen idee of dat nou echt verschil zou maken in deze situatie. Het enige wat ze doen is het infuus met weeën opwekkers weer omhoog gooien.

De gyneacoloog is er ondertussen bij gehaald. Mij wordt nu wel duidelijk dat ik niet naar de OK ga maar dat mijn zoon koste wat het kost hier op de kamer geboren gaat worden. Er wordt een enorme tank naar binnen gereden. De gyneacoloog heeft de knoop doorgehakt. Het wordt een vacuüm verlossing. De kamer staat nu vol met mensen. Hoewel ik mijn ogen veelal dicht heb zie ik soms alle witte pakken aan het voeteneind van mijn bed staan. Ik denk dat het er acht of negen zijn, waaronder twee gynaecologen. Ze hebben zich allemaal voorgesteld bij binnenkomst maar daar hecht ik nu echt geen waarde aan.

Enigszins overdonderd door de hoeveelheid mensen en de situatie in het algemeen heb ik wel mijn strijdlust weer terug. Ik weet het persen weer op te pakken. Ik weet namelijk dat die baby nu echt wel dieper moet en ik geef opnieuw weer alle kracht die ik nog ergens onder uit mijn teen weet te toveren. Ze willen graag drie goede persen op een wee maar het gekke is dat mij dat te pijnlijk is. In plaats daarvan kan ik het twee keer belachelijk lang volhouden, wat uiteindelijk hetzelfde effect zou hebben. Waar die lucht ineens vandaan komt, geen idee. Het gaat nu goed en met een minuut of tien ligt de baby nog niet zo laag als ze zouden willen maar denken ze er wel bij te kunnen komen met de pomp.

Een verdoving wordt klaargemaakt en de kinderarts wordt vast gebeld. Om 21:52 uur wordt de cup naar binnen gebracht en op het hoofd van onze zoon geplaatst. Ik hoor het geluid van het aanzuigen van de cup. Een minuut later pers ik alsof mijn leven er vanaf hangt terwijl ik opnieuw geen piek voel in de wee. Ik wil er nu vooral vanaf zijn dus ik doe wat mij gevraagd wordt. Een minuut later wordt er voor een tweede keer getrokken. De druk onderin bouwt op. Het lijkt wel alsof de baby overdwars ligt. Ik kan moeilijk omschrijven hoe dit voelt. In ieder geval heel onnatuurlijk want ik voel dat er met man en macht aan mij en mijn zoon getrokken wordt. Er wordt een knip gezet en de gynaecologen wisselen van plek.

Bij de derde tractie staat het hoofdje en moet ik zuchten. ‘Heb je nog een beetje?’, wordt mij gevraagd. Ik pers nog eens. ‘Kijk eens naar beneden. Daar komt hij!’. Ik open mijn ogen en kijk. Heel langzaam komt er een baby’tje uit mij glijden. Onze zoon is geboren op 18 mei om 21:58 uur, na een bevalling van 18,5 uur. De cup wordt verwijderd en er blijft een gigantisch ei achter op zijn hoofdje. Hij wordt op mijn borst gelegd. Ik kan alleen maar huilen. ‘Hou hem maar vast’. Ik sla mijn armen om hem heen. Ik wissel het naar hem kijken af met het sluiten van mijn ogen. Mijn hart gaat als een razende te keer. Ik zucht en probeer op adem te komen. ‘Ik ben zo trots op je schat’, fluistert mijn vriend terwijl hij mijn voorhoofd kust en door mijn haar heen kriebelt. ‘Ik hou zo veel van je!’.

De kleine wordt een beetje afgedroogd en weer bij mij terug gelegd, terwijl de kinderarts hem observeert en wat dingetjes checkt. Zijn eerste Apgar score is een 9. Ik kan hem nu eindelijk eens goed bekijken. Met zijn kleine oogjes kijkt hij mij aan. ‘Hey moppie’, kreun en steun ik. Zo’n tien minuten later mag mijn vriend, zijn papa, de navelstreng doorknippen. Vanaf dat moment is hij los van mij maar zijn wij nog nooit zo erg met elkaar verbonden. Even voelt het alsof alles eindelijk voorbij is maar ik voel getrek en geduw. De placenta moet nog komen. De weeën opwekkers worden weer opgehoogd om zo krampen te veroorzaken. De pijn neemt weer wat toe maar dan voel je wel wat adrenaline met je doet, in positieve zin. Onze zoon wordt voor een tweede keer nagekeken door de kinderarts, gewogen en gemeten. Alles is goed. Wat een opluchting.

Na een halfuur wordt de medicatie nog eens opgehoogd en wordt er nog een ander middel toegediend. Er gebeurt van alles dus ik heb genoeg afleiding en ook totaal geen tijdsbesef, maar uiteindelijk begint de tijd te dringen. De placenta zit nog steeds vast. Het kan maar zo zijn dat ik zo meteen alsnog naar de OK moet. Dat zou toch niet? Met z’n tweeën duwen ze op mijn buik. Dat is erg pijnlijk. Ik moet persen en er wordt aan de navelstreng getrokken. Nog net op tijd, komt na ruim anderhalf uur ook eindelijk de placenta.

Fijn. Dat was het, dacht ik nog. Maar iets na half twaalf in de avond zegt de verloskundige dat ze gaat beginnen met hechten. ‘Is al die polonaise aan mijn lijf nu nog niet voorbij?’ Ik word nog wel even bij verdoofd, gelukkig. Terwijl mijn zoon weer op mijn borst ligt zie ik telkens een haak boven mij uitkomen en weer terug naar beneden gaan. Het meeste voel ik amper maar een aantal zijn erg gemeen. Volgens mij maakt ze er een heel borduurwerkje van want jeetje wat duurt dit lang. De knip is naar links gezet en deze is behoorlijk. Aan de rechterkant blijkt de vaginawand ook wat gescheurd. En dan zet ze eindelijk het laatste knoopje. Mijn benen mogen van de steunen, maar die zijn na al die uren inmiddels zo verkrampt dat ik daar bij geholpen moet worden. In mijn linkerbeen staat een hele inham. Die bleek niet in de steun te liggen maar er half op. Ondertussen komt er telkens iemand de kamer op om ons te feliciteren. Zij blijken bij de geboorte te zijn geweest, maar door al die pakken die ze aan hadden kan ik niemand herkennen. Soms hoor ik een stem die ik al eens eerder heb gehoord.

Onze zoon wordt huid op huid bij zijn vader gelegd. De verpleegkundige trekt zich terug en het is 00:00 uur als wij voor het eerst met z’n drieën alleen zijn. Tijd om ouders en familie te bellen. Na een halfuurtje komt er weer iemand kijken. Ik moet eerst een paar boterhammen eten en mag dan gaan douchen. Ik besef mij nu dat het avondeten nooit gebracht is. De cateraar bleek voor de deur te staan toen er volledige ontsluiting was en werd daarom geweigerd. Niet dat ik op dat moment überhaupt zin had in eten hoor. Mijn vriend heeft uiteindelijk, een paar uur later, tussendoor nog wel een soepje met brood gekregen, wat totaal langs mij heen is gegaan. Wanneer ik naast het bed sta kickt de zwaartekracht in. Het voelt alsof ik door een vrachtwagen overreden ben. Ik waggel met mijn lege blubberbuikje naar de douche en ga daar op een krukje zitten. De verpleegkundige geeft mij een washandje en de douchekop en drukt mij op het hart dat ik moet roepen als het niet gaat. Ik merk nu dat zitten eigenlijk niet gaat. Ik probeer mijn gewicht wat te verplaatsen van voor naar achter en voel vervolgens dat mijn anus onder de aambeien zit. Het is net een vulkaan landschap.

Ik word geholpen bij het aantrekken van mijn pyjama. Mijn vriend heeft het ondertussen het eerste flesje gegeven. Onze zoon wordt aangekleed en komt in een klein bedje te liggen. Mijn vriend wordt gevraagd het ziekenhuis te verlaten en dat valt een beetje rauw op ons dak. In verband met corona mag hij niet blijven overnachten. Wij hebben elkaar nog amper gesproken, de adrenaline gutst nog door ons lijf en wij kunnen nog niet echt beseffen wat er allemaal is gebeurt. Wij geven elkaar een kus en hij verlaat het ziekenhuis zonder ons.

Ik word in een rolstoel en met het babybedje achter mij naar de afdeling gereden. De gordijnen worden om ons heen gesloten en daar lig ik dan. Ik heb eigenlijk geen emoties en ben gedachteloos. Ik staar naar het bedje en kijk naar mijn zoon. Ik probeer wat rust te pakken maar slapen kan ik niet. Mijn hele lijf doet pijn. Ik heb last van naweeën en krampen. En bewegen doet zeer. Ik lig het liefst op mijn zij maar dat is een hele klus. Boven mij hangt een stang maar er hangt helaas niet zo’n handvat aan. Die had ik nu wel kunnen gebruiken. Ik pak de stang vast, die eigenlijk net te hoog hangt maar ik kan mij zo net iets beter draaien. Ik erger mij aan de vrouwen die bij mij op de afdeling liggen. De een kletst voortdurend tegen haar kind en de ander ligt te snurken. Als ik een verpleegkundige hoor roep ik haar. ‘Ik heb zo’n pijn. Met name aan de aambeien. Hebben jullie daar niet iets voor?’ Ik krijg vervolgens een bevroren inlegkruisje die ik er even tegen aan kan houden en ze vertrekt weer.

Ik blijf maar naar mijn zoon kijken en wanneer hij wakker wordt en een beetje begint te huilen omdat hij honger krijgt, pak ik hem met heel veel pijn en moeite bij mij. Ik zie nu pas wat voor een donkere bos haar hij heeft. In het diepst van de nacht, in deze donkere kamer ligt hij tegen mij aan. Dit moment is magisch. Ik heb nog geen idee hoe hij is omdat ik hem nog moet leren kennen en ik besef eigenlijk ook nog niet echt dat dit mijn zoon is. Ik geef hem een kus op zijn pijnlijke bolletje en ondanks alle ongemakken en alle pijn, ben ik op dit moment de gelukkigste vrouw op aarde.

Heel veel liefs,

Yvonne Louise