DSC02024

Vandaag het zeventiende verhaal in de rubriek ‘Goede voorbereiding: Bevallingsverhalen’. Deze keer geef ik het woord aan Merel wiens bevalling begon op een zondagavond en die eindelijk op een donderdagavond haar prachtige dochter June in haar armen mocht houden. In eerste instantie ontbreekt de befaamde roze wolk waar iedereen het altijd over heeft. En dan.. Lees je mee?

De rubriek heet nog steeds ‘Goede voorbereiding’ omdat de andere verhalen daar ook onder gekoppeld staan. Al is het niet meer mijn voorbereiding waarom ik de verhalen nu deel, voor een ander wellicht wel. Iedere bevalling loopt anders, geen verhaal is hetzelfde. Een goede voorbereiding is het dus ook eigenlijk niet en toch.. het hielp mij, en wellicht helpt het jou. Misschien ben jij al bevallen of heb je een kinderwens; in welke fase je ook zit (of niet zit) ik ‘genoot’ van elk verhaal en hoop voor jou hetzelfde.

Vanaf nu zal elke twee weken op vrijdag een verhaal worden gedeeld.

Je kan hier de andere verhalen lezen en hier mijn bevallingsverhaal.

Vandaag geef ik het woord aan Merel van Lotuswritings.nl

Zondagavond 13 augustus 2006

Ik verlies zomaar vocht. Geen plens, zoals ik bij vruchtwater zou verwachten, maar druppeltjes. Alsof ik plas en geen controle meer heb op mijn blaas. Zou het…? In paniek bel ik mijn moeder. ‘Mam, zou het vruchtwater kunnen zijn?’ vraag ik, terwijl het huilen me nader staat dan het lachen. ‘Ja, dat kan,’ beaamt ze, ‘maar dat kan ik vanaf deze afstand natuurlijk niet beoordelen. Ik zou eerst de verloskundige maar bellen.’

O ja! De verloskundige. Met een diepe zucht bel ik haar op, niet veel later zit ze naast me op de bank. Ze toucheert me, maar komt met een teleurstellende mededeling: niets. Helemaal niets, nog geen vingertopje ontsluiting. Ze vermoedt dat ik er een klein scheurtje in de vruchtzak zit, vooral omdat ik geen nieuw vruchtwater meer verlies. Desondanks ben ik vanaf nu wel ‘medisch’. Vanaf morgen mag ik dagelijks bloed prikken in het ziekenhuis en daarnaast zullen ze regelmatig gaan controleren of er geen ontsteking ontstaat en natuurlijk hoe het met mijn meisje gaat.

Ik ben hartstikke zenuwachtig. De laatste maanden leefde ik zo toe naar de bevalling en nu deze zich bijna aandient, weet ik het ineens allemaal niet zo zeker meer. Kan ik dit wel aan, die zorg voor een klein mensje? Zal ze gezond zijn? Of kan ik de weeën wel aan? Wie weet vindt ze mij wel een stom mens als ze ouder is? Mijn onzekerheden schieten alle kanten op en intussen gebeurt er helemaal niks. Ze heeft een preview gegeven, maar houdt zich verder koest.

Woensdag 16 augustus 2006

Voor het eerst deze week heb ik het idee weeënactiviteit te voelen. Helemaal zeker weet ik het, want ondanks dat ik boeken verslond over zwanger zijn, liet ik het hoofdstuk ‘bevalling’ steeds links liggen. Ik vond het maar eng en daardoor wist ik alleen dat het pijn zou doen. Opnieuw naar het ziekenhuis dus, waar ik de laatste dagen vaker ben geweest dan me lief is. De arts trekt een latex handschoen aan, voelt en vertelt dat ik een vingertopje ontsluiting is. Mijn gejuich -eindelijk íets- boort hij de grond in door te zeggen dat dit eigenlijk niets voorstelt. Het hele proces moet nog steeds gaan beginnen. Betreurenswaardig resultaat na zolang wachten.

Ik mag blijven slapen. Morgen word ik ingeleid als de bevalling niet op gang komt. Een lieve verpleegster installeert me in bed, geeft me een pijnlijke pethidineprik in mijn bovenbeen om de weeën te onderdrukken. Ondertussen vertelt ze hoe inleiden in zijn werk gaat. Ze wenst me een goede nacht en loopt weg. Ik lig weer alleen. Voor ik wegsukkel denk ik aan haar geboorte. Hoe zal het zijn? De vermoeidheid geven de zenuwen geen kans. We zien het wel…

Donderdag 17 augustus 2006

Goede Voorbereiding: Bevallingsverhaal #16 - Merel

Nog geen vijf uur later trekt een scherpe pijn door mijn buik. Slaapdronken druk ik op de bel naast mijn bed. ‘De weeën zijn volgens mij begonnen,’ licht ik de verpleegkundige in die dan dienst heeft. ‘Kunnen we iets voor je doen?’ vragen zij en haar collega. Niet echt, meen ik. Ze vertrekken gelijk weer, lopen hun nachtronde verder. En ik heb intussen geen idee meer waar ik het zoeken moet. De pijnscheuten volgen elkaar regelmatig op, steeds sneller, heftiger. Tussendoor heb ik nauwelijks nog tijd om echt bij te komen, want dan dient de volgende zich alweer aan. Ik voel me alleen en raak een beetje in paniek, het is allemaal zo overweldigend. Wat moet ik doen?

‘Ik trek het niet meer,’ piep ik tegen één van de verpleegsters, die komt kijken waarom ik op de bel heb gedrukt. Ze stelt een warm bad voor: ‘Dat verlicht de pijn.’ Dankbaar loop ik achter haar aan, zo goed en kwaad als het gaat. Eenmaal in de badkamer laat ik me in het ligbad zakken. Au! Alles doet pijn, de weeën zijn even pijnlijk als hiervoor en ik heb het gelijk weer gehad. ‘Gaat hem niet worden,’ mompel ik, tot grote irritatie van de verpleegsters. Energie om me hierom druk te maken heb ik niet.

‘Tja, hoort erbij,’ bij de één me vinnig toe wanneer ik halfhuilend uitbreng dat het zo’n pijn doet. ‘Ik kan niet meer!’ roep ik. De ander vertelt me dat ik moet puffen en doet het voor. Slaapdronken door de pethidine waggel ik van de ene naar de andere kant van de ziekenhuiskamer, ondertussen braaf puffend en de weeënstorm opvangend. Ik durf niets meer te vragen. Misselijk loop ik naar de doucheruimte verderop, zak tegen een krukje aan en zit wiegend de pijn op te vangen, opgerold als een bolletje. Langzaam raak ik van de wereld en keer ik steeds meer in mezelf.

Persweeën herken je direct zeggen ze. En dat klopt als een bus! Gelukkig hoef je je daarvoor niet ingelezen te hebben. Opnieuw druk ik op de bel. De verpleegkundigen zijn nog even chagrijnig als hiervoor en willen bijna een nieuwe tirade afsteken dat ik gewoon moet doorzetten. Halverwege de eerste zin zien ze dat het menens is. De gynaecoloog wordt opgeroepen, ze maken de verloskamer gereed en zodra de beste man binnenstapt, is mijn kleine meisje binnen twee persweeën geboren.

Overdonderd staar ik naar de glibberige baby op mijn buik. ‘Goh, er zat dus echt een kindje in me,’ kan ik alleen maar denken. Ik strijk over haar donkere haartjes en doe op de automatische piloot wat van me verwacht word, terwijl ik in feite geen idee heb waarmee ik nu eigenlijk bezig ben. Ik schaam me rot dat die befaamde roze wolk nergens te bekennen is. Dit hoort toch niet?

Zondag 20 augustus 2006

Pas een paar dagen en heel wat kraambezoek later lig ik in bed. Vandaag is de uitgerekende datum, besef ik. Ik staar intussen naar een slapende June. En dan vanuit het niets voel ik wat ze nu eigenlijk precies bedoelen met moederliefde. Een traan biggelt over mijn wang als in de vroege avond naar mijn kleine dochter kijk. Trots, allesomvattende liefde… Mijn bloedmooie meisje met haar gitzwarte haar, donkerbruine ogen en -afgaande op haar manier van huilen- bijzondere temperament. Ik wil haar beschermen tegen alles en iedereen, voel ik. Niemand mag haar pijn doen, want het is mijn lieve meisje. Ik ben mama. Haar mama.

Jij bent zeker haar moeder Merel! Bedankt voor het delen van je prachtige verhaal, je zeer persoonlijke verhaal. De volgende keer geef ik het woord aan Diana.

Liefs,

Elise Joanne