DSC 4667 - Een Tweede Kindje?

Er zijn onderhand alweer 9 maanden voorbij, Fos is even lang uit de buik als dat hij er in heeft gezeten. Volgens de theorie ben ik ‘ontzwangerd’ en is mijn lichaam hersteld van de zwangerschap en de bevalling. In mijn omgeving zie ik vaak dat rond het eerste levensjaar van knullie of meiske nummertje één er een aankondiging plaatsvindt. Ook ik krijg die vraag al wel; ‘zitten jullie al aan een tweede te denken?’. En denken en handelen zijn twee verschillende dingen. Vandaag een artikel over onze – al dan niet bestaande – wens omtrent een broertje of zusje voor Fos.

Als allereerst wil ik gezegd hebben, meer omdat ik mijzelf daarmee enige veiligheid bied, dat een kind krijgen, of dat nou exemplaar nummer één, twee of tien is, je kinderen krijgt en niet neemt. Je hebt geen controle over hoe en of je kinderen krijgt en dat blijkt wel uit verdrietige verhalen van mijn bezoekers of uit mijn omgeving. Ik schrijf dit artikel vanuit een hypothetische gedachte dat het wel kan als wij daarvoor kiezen. 

Dus, een broertje of zusje voor Fos, zitten wij daar al over na te denken? Menig blogger om mij heen, menig vriendin, kennis of familielid was omstreeks de eerste verjaardag van Eerste Uk zwanger van de Tweede Uk. Uitzonderingen daargelaten, ik kan ook genoeg namen noemen van mensen die ik ken bij wie dat natuurlijk niet zo is. Maar je ziet het wel geregeld, families die besluiten om in een kortere tijd groter te worden zodat de leeftijden dichtbij elkaar liggen. Dat snap ik! Naast dat het praktisch is, ben je ook in een aantal jaar uit de ‘luier-fase’ en hoef je tenminste niet de gehele riedel weer te herhalen als je er alweer een paar jaar uit bent. De gedachte dat Eerste Uk en Tweede Uk, indien dichter bij qua leeftijd, ook wat ‘aan elkaar hebben’ begrijp ik en is een populaire gedachte.

Ik denk dat voor beide kanten wat te zeggen is. Snel uit de luierfase zijn is praktisch en prettig maar aan de andere kant is het niet nodig en hoeft het niet leidend te zijn. Ook de leeftijden dichtbij elkaar snap ik erg goed, ik kom uit een gezin waarbij de andere kinderen behoorlijk wat ouder zijn. Daar merk ik nu amper wat van maar in mijn kinder- en tienerjaren des te meer. Ik heb dat zelf nooit als vervelend gezien trouwens, af en toe hooguit jammer als mijn zus niet met mij wilde ‘spelen’ omdat zij daar te oud voor was. Maar ik denk dat je dat blijft houden, ook al zit er maar een jaar of twee tussen het kroost. Want met je jongere broertje of zusje spelen is alleen leuk en handig als de oudste daar echt zin in heeft en anders is het sowieso jammerdebammer en zó niet cool.

Waarschijnlijk krijg ik als reactie op dit artikel veel verschillende verhalen van moeders die diverse gezinnen hebben en er voor elk gezin wat te zeggen is. Of verhalen van bezoekers die zelf uit allerlei familie-exemplaren komen en de een het wel een probleem vond hoe het was en de ander niet. Ik vond het bijvoorbeeld niet erg dat mijn broer en zus ouder zijn, een ander zal wellicht zeggen dat écht niet leuk te hebben gevonden. Boris heeft een broer met wie hij ook echt zijn hele leven vriendjes was en is, juist vanwege het feit dat zij zo dicht bij elkaar zitten qua leeftijd. Maar ook, en dat weet ik wel zeker, omdat zij beide hetzelfde geslacht hebben én verschrikkelijk op elkaar lijken qua karakter en gevoel voor humor.

Maar, belangrijker, hoe zit het met ons? De vraag natuurlijk in dit artikel! Zouden wij überhaupt een tweede willen? ‘Vroeger’ had ik sowieso meteen gezegd ‘JA!’ omdat ik mij niet voor kon stellen er ‘maar’ eentje te krijgen. Nee, als ik mijzelf de gedachte van een gezin toeliet dan zag ik meerdere kinderen voor mij. Hoe is dat nu? Misschien is dat idee, het idee dat wij er eigenlijk altijd twee hebben gewild, nog steeds levend. Maar wel meer in theorie dan dat wij daar echt nu naar uit kijken. Juist omdat wij dat altijd hebben gedacht en ook hebben uitgesproken naar elkaar.

Toen wij net verhuisd waren, nu alweer twee jaar geleden, was de wens om een kindje te mogen krijgen énorm groot. Ik stond ermee op, ik ging er mee slapen. Die inmense wens drukte soms op mijn hart als een zwaar gewicht, de gedachte liet mij vrijwel geen minuut los. Ik ademde ‘zwanger willen worden’ vrijwel continu, de hele dag door. Ik droomde over een kindje, over hoe het zou zijn en hoe hij of zij eruit zou zien. Die zeer krachtige wens – voortkomend uit een boel schrikbarende hormonen – werd werkelijkheid en ik heb negen maanden lang op een wolk geleefd bij het idee dat het ‘eindelijk’ zover was. Nu nog steeds hoef ik maar naar Fos te kijken om te beseffen hoe gezegend en gelukkig ik ben met zijn komst. Een gezond, sterk, grappig, slim, lief, beweeglijk en prachtig kereltje is het resultaat van die wens en wij hebben het geluk gehad dat hij uitgekomen is.

Voordat ik die explosie van hormonen had was die wens er niet. In theorie wel; ‘ooit worden wij ouders, hoe fantastisch mooi zal dat zijn!’. Maar Boris en ik zijn niet voor niks al een behoorlijk aantal jaren bij elkaar geweest voordat ik het balletje van een kindje opgooide; die wens was er in theorie maar absoluut niet om in praktijk te brengen. Boris en ik waren te graag samen en er was (en is..) weinig affiniteit met kinderen. Ik kreeg wel eens rammelden eierstokken bij het ruiken van zo’n bol wondertje maar meer ook niet.

Omdat ik weet hoe ik in elkaar zit kan ik voor nu heel duidelijk zeggen dat er nog geen tweede komt. Dat kan, gezien mijn karakter, snel veranderen maar nu, d.d. 10-12-2016, is die wens er niet. Ik weet namelijk dat als er weer een tweede komt, dit het resultaat is van diezelfde bom aan hormonen en die intense wens voor een babytje. Pas als ik weer weken of maanden achtereen het idee van een Tweede Uk niet meer los kan laten en datzelfde idee mijn zuurstof is, zal er naar gehandeld worden.

Ons leven met Fos is ontzettend rijk, wij zijn ook de koning te rijk met zijn aanwezigheid. Wij voelen ons – voor nu – compleet, alsof de puzzelstukjes op hun plek zijn gevallen. Zo voelde wij ons ook na ons huwelijk, alsvorens er een wens kwam naar een kindje en er een ‘gemis’ ontstond. Misschien krijgen wij die gedachte dat er iets mist wel of misschien niet. Het kan zijn dat ik volgend jaar wellicht weer zwanger ben (als je alles zelf onder controle hebt dan he, lees bovenstaande disclaimer) maar het zou ook heel goed kunnen van niet.

Wij hebben sowieso nooit de wens gehad om Eerste Uk en een eventuele Tweede Uk dicht op elkaar te krijgen. Wat ons betreft mag er zeker wel een aantal jaren tussen zitten. Als de een naar de basisschool gaat en de andere zich aandient vind ik dat helemaal prima, lekker praktisch ook. Ik kan mij nu volledig storten op Fos en werkelijk van elke seconde genieten. Daarnaast hebben wij beide ook nog best een druk leven en wil ik geen ruimte maken voor een nieuw familielid. Het idee dat ik de eerste drie maanden opnieuw moet doen.. Poeh! Nee, zoiets overleef je mentaal alleen als je het ook écht heel graag wilt, dan is dat een helende pleister op de slapeloze nachten. Je bent dan zó blij met de komst van je kind dat al het gedoe, gepoep, gespuug en gezeik eromheen het absoluut waard is. Nu is dat simpelweg niet zo, nog niet.

Mocht er sprake zijn van een ongeplande verrassing, dan is die verrassing zéér welkom, dat absoluut. Dan moet het gewoon zo lopen!

En ik weet dat het cliché is maar ik kan mij niet voorstellen dat ik net zoveel van Tweede Uk houd als dat ik doe van Eerste Uk.. Hoe dan?! Heb ik zoveel liefde nog in mij? Ik weet dat veel vrouwen zichzelf dit hebben afgevraagd en ook dat dit inderdaad zo blijkt te zijn; je hebt genoeg liefde in je om te geven aan nog een kindje. Bijzonder vind ik dat. Alsnog hoop ik wel dat ik ooit nog een kindje mag dragen, misschien wel een kindje succesvol borstvoeding mag geven en ‘fouten’ niet hoef te herhalen omdat ik wijzer ben en meer ervaring heb.

‘De eerste is als een pannenkoek, die mislukt altijd’. Dat zeggen ze toch? Nou, ik geniet nog even van mijn heerlijk perfecte pannenkoekje, zeker nu die slaapt en ik een momentje voor mijzelf heb.

Liefs,

Elise Joanne