IMG 8496 - Buisjes erin, neusamandelen eruit; hoe gaat het nu?

Twee dagen na Hazel haar eerste verjaardag was het zover; de ingreep waarbij ze buisjes zouden plaatsen en neusamandelen verwijderen vond plaats. Na meer dan een dozijn oorontstekingen in 10 maanden tijd werd was het welletjes, tijd voor actie in de taxi. We zijn nu bijna vier maanden verder, was het de juiste beslissing?

Hazel werd, vanaf drie maanden oud, vrijwel constant verkouden. Dat ging gepaard met enorme verstoppingen, extreme huilbuien en een ongelukkig kindje. Ze spuugde haar voeding met alle macht eruit als ze verstopt zat en ik moest meerdere keren per nacht haar slaapzak en matrashoes verschonen. Hazel was (is!) een vrolijk kind maar je zag dat ze tijdens haar verkoudheden moeite had, met haarzelf, met alles. Het was eigenlijk dieptriest om aan te zien. En de verkoudheden werden extremer en extremer, het pus kwam dagelijks uit haar oren. En de avonden dat het opbouwde achter die oortjes, zaten we beneden met een intens verdrietig kind. Logisch ook, ze had vrijwel constant pijn. Ademen ging lastig, drinken lukte niet goed en ze snurkte als mijn schoonvader.

Tegen antibiotica kan Hazel niet zo goed, wij zijn dus niet elke keer naar de huisarts geweest. Want dat is wat ze voorschrijven logischerwijs. Alleen, Hazel werd zieker van de antibiotica dan van de oorontsteking. Het was kiezen tussen twee kwaden. Na een hele zware winter trok ik aan de bel bij de huisarts en vertelde hoe de vork in de steel zat. Ik hield hem wel op de hoogte van de situatie na oorontsteking nummer weetikveelhoeveel en het werd het tijd voor een doorverwijzing.

Een paar weken later hadden wij een afspraak bij de arts, een arts in opleiding. Zijn taak was eigenlijk een beetje op de rem te trappen, ouders gerust te stellen en wanneer het kindje ouder is weer op gesprek te laten komen bij de kinderarts. Ik was niet bij die afspraak, ik moest naar Amsterdam voor een opdracht. Nog steeds heb ik spijt van die beslissing, ik had mee moeten gaan. Want toen ik thuiskwam en ik van Boris hoorde dat wij vier maanden (!) moesten wachten tot een nieuwe afspraak met de kinderarts, kwam het stoom uit mijn oren. En toen de jonge arts ook nog had gezegd dat het maar hopen op het beste was in de tussentijd sloegen de stoppen door. En kwamen de waterlanders. Ik was op, op van de pijn aanschouwen in de ogen van mijn dochter. Nee, hier neem ik geen genoegen mee. Als ik naar het ziekenhuis ga is dat met recht en rede, niet om dan nog te horen te krijgen dat we moeten wachten. Als ik dacht dat dat een optie was, waren we überhaupt niet gekomen. Had de beste man wel door hoe ernstig Hazel er aan toe is? Heeft ‘ie wel naar haar gekeken tijdens dat bezoekje? Ik ben als moeder echt niet gek, ik wil heus wel eens beren op de weg zien waar ze niet zijn maar hierover was het voor mij zo klaar als een klontje.

Dus ik belde opnieuw de betreffende afdeling. Ik kreeg een uitermate vriendelijke en zeer kordate dame aan de lijn; ‘Mevrouw, uw kind moet komen en wel deze week nog. De kinderarts gaat deze keer naar haar kijken en indien nodig zullen er meteen de nodige stappen worden ondernomen’. Top, vrouw naar mijn hart.

Twee dagen later zaten wij bij de beste man in zijn kantoor. Hij luisterde naar ons verhaal (mijn verhaal eigenlijk, ik was aan het woord want het gebeurde mij niet nog een keer dat iemand na ons verhaal mij af zou laten schepen met ‘hopen op beterschap’, deze moeder had een missie). Terwijl ik vertelde keek hij in haar oren en knikte een paar keer. ‘Tja, duidelijk he? Dit lijkt mij een beetje waanzin aan het worden, het ziet er gewoon niet goed uit. Teveel oorontstekingen, te veel pijn. Ik kan al beginnende beschadiging zien aan het vlies en u bent de wanhoop nabij volgens mij en dat neem ik serieus. U had niet naar huis gestuurd moeten worden’. Kijk, ik ben niet gek. ‘U blijft zo even in de wachtkamer, en dan wordt u opgeroepen om een datum te plannen voor een ingreep. Ze (‘hoe heet ze ook alweer?’ ‘Hazel dokter, ze heet Hazel’) krijgt buisjes en haar neusamandelen ga ik verwijderen. Beter beide te doen, een soort twee vliegen verhaal’.

We konden de week erna al terecht voor de ingreep maar vanwege onze – toen – aanstaande reis naar New York werd het een kleine zes weken later, twee dagen na haar eerste verjaardag.

In de twee weken voorafgaand aan de ingreep ging het beter met Hazel, ze was minder verkouden en zowaar vrolijk en olijk. Ik sloeg meteen aan het twijfelen; ‘moeten we het wel doorlaten gaan?!’. Niet omdat ik niet geloofde dat ze er baat bij zou hebben maar ze is zo’n klein hummeltje, die breng je alleen onder narcose als het echt niet anders kan.

En ik denk dat Hazel mij hoorde want die nacht heeft ze de oren van mijn hoofd gekrijst van pijn, de druk nam weer toe. De volgende dag kwam het uit haar oren lopen als lava.

Buisjes erin, neusamandelen eruit; hoe gaat het nu?

De ingreep viel ons mee, de dagen voor de operatie waren Hazel d’r oortjes rustig en dat bevestigde de arts ook. Ze zat net in een goeie week maar het was te zien hoeveel last ze heeft gehad van de maanden daarvoor.

Iedereen en alles is enorm vriendelijk, er staan hele teams voor je klaar en broeders en zusters om je te steunen tijdens de – zeer – korte ingreep. Ik bracht Hazel weg naar de operatiekamer waar zij huilend en schoppend onder narcose werd gebracht. Een beetje lopende band werk is het wel maar dat probeerde ik als iets positiefs te zien. Ik werd lichtjes mee geduwd naar de verkoeverkamer waar Boris al zat te wachten. Ik had nog geen twee slokken van mijn thee genomen of ze werd alweer de kamer binnen gereden. Ze werd een beetje wakker en overal zat bloed op haar gezichtje. Dat was verschrikkelijk om aan te zien, kleine ingreep of niet. Ze was helemaal slap, gedesoriënteerd en snapte er de ballen van. Janken, echt lelijk huilen alles. Ik dan he? Hazel ook maar om een andere reden.

Na úren huilen mochten we haar naar huis brengen aan het einde van de ochtend. Ze had gedronken en had tevens heldere momenten. Met een extra paracetamol hebben wij haar, na een flesje drinken, in bedje gelegd en heeft ze vier uur geslapen. En wij als ouders met haar mee, ik was kápot moe van alle emoties en – onnodige, zelfopgelegde – stress.

Hazel werd wakker en meteen vrolijk, vrat als een beer na een hongerwinter en speelde heerlijk met haar speelgoed. De dagen erna sliep ze net even iets langer en vaster dan normaal maar eigenlijk kan ik verder niks benoemen wat anders was. Ja, ze was eigenlijk al vrolijker dan normaal. Voor de ingreep was ze ook vrolijk maar dat werd afgewisseld met huilbuien, pijnpieken en sippe momenten. Dat zag je gewoon enorm goed aan haar.

Sinds de ingreep is Hazel bijna non-stop vrolijk. En als ze niet vrolijk is dan zit ze in haar diva-sprong of krijgt ze tandjes. Sinds de ingreep is ze twee keer verkouden geweest en ondanks dat we uit de zomer komen is dat echt heel weinig. D’r verkoudheden gingen gepaard met een beetje snot maar geen pijn. Geen huilbuien. Niet meer onophoudelijk overgeven en traanogen na het constant verslikken. Niet meer een hangerig meisje, niet meer een ongelukkig kindje. Een goeie eter, een goeie drinker (heeft ze van d’r moeder) en een heerlijke aanwezigheid.

Ja, de herfst moet nog beginnen. Hét seizoen waarmee dit gedonder vorig jaar begon. Maar vorig jaar rond deze tijd hadden we er al drie oorontstekingen opzitten en wisten we eigenlijk al niet meer waar we het zoeken moesten. Er zullen vast nog veel meer verkoudheden volgen maar het probleem van ‘de druk’ achter de oren is wel opgelost. Wanneer ze nu enorm verstopt is (wat nog maar één keer is voorgekomen), dan lekt haar oor een beetje. De druk kan zich niet meer opbouwen. Ze proeft en ruikt haar eten ook beter en kan drinken zonder te stikken in het vocht wat ze tot zich neemt.

Het is de beste beslissing ooit geweest om dat kleine hummeltje onder het mes te laten gaan. De ingreep is kort maar krachtig, de uren daarna behoorlijk rot. De dagen daarna knapt zo’n kleintje enorm snel op, alsof er nooit wat is gebeurd en er nooit een probleem was. Voordeel ook wel dat Hazel niet een ingreep aan haar keelamandelen hoefde te ondergaan, dat is wel een stuk heftiger en het herstel is echt langer. Zo’n 24 uur na de ingreep merkte ik niks aan haar behalve in positieve zin dat het haar kleine leventje heeft veranderd.

Ik zit niet meer met samengeknepen billen op de bank elke avond. Ik ben niet meer als de dood voor een vochtige druppel aan het einde van haar kleine neusje. Hazel slaapt eindelijk, sinds de ingreep, dóór. Na meerdere keren spoken in de nacht – vrijwel elke nacht.. – slaapt ze nu van half 8 in de avond tot half 7 in de ochtend. Vroeg? Jazeker, boeit dat ook maar een seconde? NEE! Wij slapen als ouders nu 7 uur (!) achter elkaar. Lieve mensen, er zijn geen woorden beschikbaar om uit te leggen wat voor intense opluchting dat is. Ik dacht echt dat ik mijn verstand zou verliezen na herhaaldelijk slaapgebrek en zorgen om mijn baby. Die tijden zijn voorbij, gelukkig. En er komen vast nieuwe ziektes, buikgriepjes en andere zorgen op ons pad wat ons zal tergen in de nachtelijke uren maar dít niet meer. En dat is ons echt alles waard geweest.

Wij hebben een gelukkige baby, een meisje die nu huilt omdat ze een tandje krijgt of omdat ze een enorme dramaqueen is. Niet meer omdat ze dermate veel pijn heeft dat zelfs troost van haar ouders geen pleister mag zijn. Door de plaatsing van de buisjes en het verwijderen van haar neusamandelen hebben wij haar de permanente pleister gegeven die zij nodig had. Het is niet zaligmakend, het zorgt er niet voor dat zij nooit meer verkouden zal worden maar het helpt enorm, zoveel is zeker.

Liefs,

Elise Joanne