'Dus, hebben we dan nu verkering?' - Elf jaar samen!

Vandaag elf jaar geleden was onze derde officiële date. Ik had gekookt voor Boris in mijn studentenhuis en hij at smakelijk en met grote ogen alles wat ik hem voorschotelde. De liefde gaat door de maag, ik gok dat vanaf die avond en die maaltijd ons lot bezegeld was. De avond eindigde dan ook met de vraag; ‘Elise, wil jij verkering met mij’? Alsof we kinderen waren en weer briefjes ronddeelde tijdens het tussenuur. En ik? Ik zei volmondig ja.

Daar stond ‘ie dan, de allereerste keer dat ik hem zag op Windesheim, iets meer dan elf jaar geleden. Een jonge gespierde knul met een overdreven – denk John Travolta in Grease – kuif met zoveel gel en haarlak dat zelfs Ross jaloers zou worden. Ringetje in zijn oor, ketting aan zijn hals en armbandjes aan zijn polsen. Een zwarte skinny, zwart t-shirt en een sjekkie aan zijn lippen. Het was absoluut liefde op het eerste gezicht. Boris was in die ene aanblik álles wat ik niet had gedacht te willen maar het eerste wat ik zei was; ‘dat is de man met wie ik ga trouwen’. En zo geschiedde.

Dat zei ik niet tegen hem trouwens, ik denk dat als ‘ie dat hoorde hij gillend weg was gerend maar nu was hij simpelweg gecharmeerd van die ‘blonde wijsneus in een strakke broek, hoge hakken en een air van heb ik-jou-daar’. Gelukkig maar want ik had mijn zinnen op hem gezet, ik was halsoverkop en allemachtig verliefd. Als een donderslag bij heldere hemel, hij had nog niet eens zijn mond open getrokken of ik wilde al zijn baby’s baren.

Nou ja, in ieder geval op date. En trouwen, dat ook. Het voelde meteen goed, ik wist dat hij het zou zijn al vanaf die eerste seconde. En dat maakte ik duidelijk. Boris had zijn zinnen gezet op leuke dames ontmoeten en voornamelijk rotzooien, niet zich laten vastleggen door mevrouw degelijk. Maar ook Boris werd verliefd en vrij snel ook. Onze eerste date was met zijn vrienden en een toenmalig vriendinnetje van mij, in de Ierse pub hier in Zwolle. Ontzettend ongemakkelijk kan ik je vertellen maar het was een goeie avond. Boris bracht mij naar huis en bij de bushalte gaf hij mij dé kus, een zoen om nooit meer te vergeten.

Een tweede date volgde en bij de derde, in mijn huisje, beklonken we ons gerotzooi. Ik houd niet van doelloos daten, althans niet meer. Tegen die tijd had ik er al een jaar studie en behoorlijk wat mannelijk aandacht op zitten dus ik vond het wel welletjes. Ik was verliefd en wilde het een naam geven. Dus Boris, mede gevoed en gelaafd met mijn risotto en de wetenschap dat er nog meer van dergelijke maaltijden in het vizier lagen, stelde dé vraag. Als grapje want tja, beetje suf is het wel, maar ook serieus want we wilde verkering, elkaar ‘vriend en vriendin’ noemen.

'Dus, hebben we dan nu verkering?' - Elf jaar samen!

Elf jaar later. Drie studies, vijf huizen, een verloving, huwelijk en twee kinderen verder. Verliefdheid is een proces wat geen eeuwigheid zal voortduren, verliefdheid wordt houden van als je geluk hebt. Ik ben nog steeds verliefd op Boris én ik houd van hem. Natuurlijk is het spannende er van af, en gelukkig ook maar. Hij laat mij vol verwondering zijn puutjes (lees; snot) zien en ik kan scheten laten en hem vol trots ze laten ruiken. Dat is fijn (de scheet niet want ik ben echt rot van binnen, ik geef de schuld aan mijn moeder), dat dit kan.

Dat wil niet zeggen dat wij niet ons best doen. Ik vind het heel belangrijk bekoorlijk te zijn voor mijzelf maar ook zeker voor mijn man. Ik vind het prachtig om zijn blik te zien als hij vindt dat ik iets heb aangetrokken waarmee ik door een ringetje te halen ben. We hoeven niet meer elke seconde van de dag, als twee bronstige hertjes, de kleren van elkaars lijf te scheuren (want kinderen, was, werk, verplichtingen, je kent het) maar we doen het nog steeds. Nou ja, niet elke dag hoor, ik moet er niet aan denken. Volgens mij trekt mijn rug dat niet, ik word ook een dagje ouder. Feit is dat we elkaar graag ‘zien’, hebben, bekoren, liefhebben en liefkozen.

En voor degene die nu een bakje paraat heeft vanwege al het zoetsappige geneuzel; ook wij vechten elkaar de tent uit. Ja, heus. En ja, ook echt meerdere keren per maand. Boris en ik zijn twee handen op één buik op onnoemlijk veel aspecten en onderwerpen maar begrijpen elkaar soms totáál niet. Ik praat Frans en hij hoort Duits en andersom. Een ‘man/vrouw’ dingetje denk ik maar wij hebben dan ook nog eens twee totaal verschillende karakters én ook een andere opvoeding gehad. Wij uiten onze zorgen, frustraties, gevoelens en emoties beide andere manieren. En het heeft jaren geduurd voordat wij niet alleen elkaar begrepen, tekenen aan de wand leerden lezen maar ook begrip ontwikkelden voor de manier waarop wij onszelf uitte.

'Dus, hebben we dan nu verkering?' - Elf jaar samen!

Wij beide hebben moeten leren om onszelf niet als ‘de norm’ te zien. Ik ben niet het gemiddelde, hij is dat ook niet. Nog steeds kost dat moeite en gaat het niet altijd even makkelijk maar is wel een feit dat wij elkaars karakter niet aan dezelfde meetlat moeten leggen als degene die wij van huis uit hebben meegekregen. Ik ben anders, hij is anders. Onbegrip heeft voor veel ruzies gezorgd, veel momenten van boosheid en onwil. We hebben andere voorkeuren, andere ‘talen van de liefde’ (als je dat boek niet kent, absolute aanrader om te lezen, geeft énorm veel inzicht) en een andere manier van praten. Wat er onderhevig moet zijn aan alles is respect, begrip en het vermogen om een ander te willen leren begrijpen. Dat is de sleutel mijns inziens. Het kost je bloed, zweet en tranen – zeker als je zo anders bent zoals wij – maar het loont wel.

Ook Boris en ik hebben in de afgelopen elf jaar dalen gekend naast de ultieme pieken van gelukzaligheid. Mijn postnatale depressie, mijn geestelijke weerstand toen ik bezig was mijn traumatische bevalling te verwerken tijdens EMDR therapie. De ‘tropenjaren’ met onze kinderen, slapeloze nachten, intense zorgen om gezondheidsperikelen van onze kinderen en ook geliefde ouders. Financiële stress, amper tijd voor elkaar tijdens Boris z’n master en de sleur van alle dag hielpen ook niet mee. We hebben ons kranig verweerd. We zijn er sterk uit gekomen. Zoals altijd, en zoals wij ook altijd van plan zijn te doen. Dat klinkt simpel he? Maar zo simpel kan het zijn. Eigenlijk geeft het ook rust om in een ruzie of tijdens een moeilijke periode te bedenken dat je er samen uit zal komen. Hoe dan ook, je komt er samen bovenop. Hoe moeilijk dat ook lijkt op dat moment, wij maken die keuze.

Een relatief gaat verder dan ‘houden van’. Er is meer nodig dan liefde om elke dag met elkaar door te willen brengen. Er zijn momenten geweest dat houden van even niet genoeg was. Dat ook wij elkaar aankeken en ons afvroegen; ‘hoe nu verder?’. Het feit dat je je afvraagt hoe je verder kan samen heb ik altijd als iets positiefs gezien; je wíl samen verder en je zoekt naar mogelijkheden en handvatten om dat te bereiken. Uit elkaar gaan is geen optie, samen door is altijd het antwoord. Zeker nu wij niet alleen elkaar hebben om samen voor te willen blijven.

'Dus, hebben we dan nu verkering?' - Elf jaar samen!

Boris maakt mij nog steeds aan het lachen. Of het nou is omdat hij een ongelooflijke suffe grap herhaalt die hij van z’n vader heeft gehoord of omdat hij mij laat inzien dat ik weer eens belachelijk doe. Humor is een gemene deler tussen ons, humor – wat hij heeft in overvloed en ik niet – zorgt voor binding. Ik lach om hem en hij lacht mij uit, beetje dat idee. En het werkt, wel zo fijn.

Elf jaar. Elf leuke, intensieve, mooie, fijne, bijzondere en – deels – pittige jaren. Er is geen andere man van wie ik zoveel houd als van Boris, er zal ook nooit een man bestaan van wie ik zoveel zal houden als van hem. Ik geloof niet in enige liefdes, door omstandigheden denk ik dat zeker meerdere liefdes in je hele leven op je pad kunnen komen. Ik hoop dat het bij Boris blijft, dat hij – zolang als dat ik adem – aan mijn zijde zal staan.

Van Zwolle tot Nunspeet, van Nunspeet tot Zeeland, tot de maan en terug en eigenlijk nog veel verder.

Zielsveel. Gewoon zielsveel.

Liefs,

Elise Joanne