DSC_3104

‘De – ik ben een doodnormale vrouw – foto’s’. 

Deze titel zag ik laatst voorbij komen bij Sanne en ik was meteen nieuwsgierig; wat zou ze van haar eigen uiterlijk vinden? Wat zou ze te zeggen hebben? Uiteindelijk bleek het een prachtig en openhartig artikel te zijn over zoveel meer dan dat (aanrader om te lezen) maar de titel bleef bij mij hangen. Ik schreef al eerder een beetje over hoe ik was en wie ik ben en bovenal hoe ik tegen mijzelf aan kijk in de brief aan mijn jongere zelf, maar wat vind ik eigenlijk als ik in de spiegel kijk? Wat vind ík nu écht? Ik pakte de spiegel en begon te tikken.

Wij hebben aardig wat spiegels in huis. Niet vreemd gezien het werk wat ik doe; mijn baan draait grotendeels om mijn uiterlijk. Dat klinkt alsof ik een model ben of mijzelf hoereer, maar niets is minder waar. Ik moet altijd in een bepaalde mate representatief zijn – make-up en haar correct – voor de foto’s en video’s. Ook wel leuker om naar te kijken want tja, ik vind mijzelf niet bijzonder zonder make-up. Maar ik kan het ook niet alleen op mijn werk gooien, ik heb altijd al een affiniteit gehad met de spiegel. Ik ontleende er een groot deel van mijn eigenwaarde uit toen ik jong was. Nu misschien nog steeds wel? Minder, denk ik.

IMG_1717

‘De – ik zie er vandaag uit zoals ik wil! – foto’s’. 

Die spiegels in huis, zijn die confronterend? Nee. Ach ja, natuurlijk soms wel want ik heb genoeg dagen in de week dat ik mij stoor aan een facet van mijn uiterlijk. Laat dat die grote poriën, die striae op mijn bovenbenen of dat extra zwangerschapslaagje op mijn gezicht zijn. Een spiegel is neutraal, een spiegel is objectief. Een spiegel maakt het gegeven verhaal niet mooier of slechter, mijn interpretatie van het beeld wat terugkijkt doet dat. Als ik mijzelf dus mooi vind en vind dat mijn haar goed zit heeft dat meer te maken met hoe ik mij mentaal voel dan wat anders. Ik kan namelijk dezelfde dag nog een keer kijken – na een hormonale zenuwinzinking vanwege de zwangerschap – en het beeld even minder leuk vinden. Daar kan de spiegel niks aan doen, ik ben van mening veranderd.

Terug naar dit moment, de spiegel voor mij. Ik zie een jonge vrouw, ergens midden-twintig (he, klopt precies!) die soms jonger of soms zelfs veel ouder wordt geschat (ligt aan de kleding die dag, ik zeg het je). Mijn huid ziet er vrij gaaf uit op wat rode vlekjes en een soort blekigheid na. Geen last van pukkels of puistjes, die ‘fase’ heb ik gehad. Voor sommige vrouwen is het meer dan een fase helaas, maar ik heb sinds mijn tienerjaren afscheid mogen nemen. Daar ben ik dankbaar voor. Wanneer er dan een pukkel zich presenteert schreeuw ik ook moord en brand. Eerlijk waar. Die verrekte mee-eters in die grote poriën van mij zitten er wel en gaan volgens mij ook nergens heen. Helaas. Gelukkig niet heel zichtbaar denk ik dan. Ach, niet onoverkomelijk. Meer een irritatiefactortje.

Compilatie Spiegel Elisejoanne.nl

‘De – ik ben moe – foto’s’

Wat meer is dan een irritatiefactortje zijn mijn wenkbrauwen. Mijn moeder plukte er in de jaren ’90 goed op los, zo ook bij haar dochter. Want, dat was de trend. Dus koppie op schoot en plukken maar. Helse pijn, maar hé het was gezellig. Nu blijkt dat er veel te veel is weggehaald en na herhaaldelijk plukken je wenkbrauwen niet altijd even graag weer terug groeien. Kak. Maar ook dit is niet onoverkomelijk want men kan een potloodje pakken. Ik eentje van de HEMA die ook nog is uiterst budget is. Probleem opgelost.

Dan nog een stapje verder. Mijn figuur. Er word wel eens gezegd van vrouwen die een kleiner maatje hebben niet mogen zeuren. Ik vind dat vreemd. Alsof ik niet aspecten aan mijn lijf minder mooi mag vinden alleen omdat het een kleiner lijfje is. Absurd. Ik ben blij met mijn maat (nu minder maar daar kom ik straks op terug) maar absoluut niet alles vind ik er aan mooi. Mijn borsten hadden wat groter mogen zijn, net even iets meer in verhouding met mijn onderlijf. Want dat onderlijf weet zich altijd goed te laten verpakken in een strakke skinny – en dus lijkt er alsof er niks aan het handje is – maar menig persoon is verbaasd als ik in een bikini loop. Want ja, dan zie je ineens wel behoorlijke heupen en billen. En nee, niet met een glad huidje maar eentje waar de sinaasappels nog jaloers op zijn. Rond mijn 20e kreeg ik namelijk een groeispurt aan het onderste deel van mijn lijf en dat is te zien; heel veel striae. Ik overdrijf niet. Maar blijkbaar mag ik daar niet over klagen want het is goed te verhullen en mijn benen zijn zo dik nog niet. Nee, dat klopt. Ik heb nog steeds een kleiner maatje daar beneden maar alsnog vind ik ze minder mooi. Bij tijd en wijle zelfs lelijk. Ja echt.

DSC_6210

‘De – net even iets minder mooie buikfoto’s om te publiceren op FB – foto’s’. 

Nu ik zwanger ben is natuurlijk mijn lijf al helemaal niet hetzelfde als dat het was. Mijn strakke jurkjes in maat XS? Zeg die maar – wellicht voor altijd – gedag. Vind ik dat erg? Ja en nee. Beginnend bij dat laatste woordje; mijn lichaam is niet meer piep, ik ben geen 16 jaar meer dus horen daar veranderingen bij. Prima. Zeker nu ik zwanger ben heb ik een duidelijk doel waarom het groeit en ik vind het werkelijk prachtig om mijzelf met een grote buik te zien. Ik voel mij immens vrouwelijk en krachtig! En hoe log en lomp ik mij ook voel; ik denk dat ik mij niet mooier heb gevoeld in mijn leven dan op dit moment. En wat scheelt het toch ook want ik word immers moeder en als dit de prijs is die ik moet betalen? Dan is hij gemakkelijk gepind. Maar nu kom ik bij de ‘ja’ kant van de vraag. De kilo’s. De striae. De onoverkomelijk berg aan cellulitis. De immense groei van mijn bovenbenen en dat kleine laagje vet op mijn gezicht waardoor ik een mini plofkipje lijk. Sommige dingen zijn van korte duur. Dat extra laagje op mijn koppie zal snel verdwijnen, alsmede de eerste gros aan kilo’s want na de bevalling verlies je hetgeen daar de oorzaak van was. Die bovenbenen die zullen waarschijnlijk zo blijven, al dan niet in iets minder mate. Jammer want ik vond ze al niet mooi. Ik liep er al niet graag mee rond op het strand. En ze beginnen echt moeilijker verhuld te worden. Zo bleek althans toen laatst een vriendinnetje van mij zei dat ze vooral zag dat ik was aangekomen vanwege mijn kont en bovenbenen en dus werd bevestigd wat ik zelf dacht als ik in de spiegel kijk. Hetgeen Boris nooit zal zeggen want die vind mij ten alle tijden prachtig, maar waarvan ik wel weet dat het waar is.

Ik ging van een (mooi) maatje 34 met een lekkere – al dan niet geheel met een niet bijpassende – onderkant naar een ondefinieerbare maat. Dat “mooi” schrijf ik omdat ik mijn maat vond passen bij mij, mijn lijf zag er uit zoals ik mooi vind bij mijzelf en dat paste toevallig in deze maat. Het is een aanduiding voor de beeldvorming, geen waardeoordeel. De vraag is waar ik na de bevalling zal eindigen. Aan diëten heb ik een hekel en sporten vinden mijn knieën niet leuk. Dat is niet erg, ikzelf namelijk ook niet. Daarnaast ben ik lui te noemen als het gaat om lichamelijk beweging. En ik ben geen Heidi Klum. Voor mij geen Victoria Secret die afhankelijk is van de staat van mijn lijf. Dan maar innerlijk een engel en aan de buitenkant een bengel. En ik heb wel wat beters te doen dan bezig zijn met mijn figuur als ik moeder ben geworden. Maar dat wil niet zeggen dat ik toch ook wel hoop af te komen van dat getal dat ik zie in op de weegschaal. Want dat getal? Ieks..

DSC_3390

‘De – ik weiger mijn vetjes weg te photoshoppen – foto’s’. 

Wat ik hoop is dat het ook okay mag zijn voor mij, als relatief slanke vrouw, om te klagen over mijzelf. Over mijn ogenschijnlijk kleine figuurtje (los van die preggo-buik nu effe dan he). Want ook ik mag even schrikken als ik twee maten groter moet kopen. Niet vanwege de maten – ik koop wat mij past ongeacht wat er op het kaartje staat – maar meer vanwege het feit dat mijn lijf dus dusdanig is gegroeid en niet altijd op de meest fortuinlijke manier.

Oh en als laatste benoem ik nog even mijn andere uiterlijkheden die ik storend vind; mijn intens lelijke voeten, mijn knieën die helemaal aan gort zijn vanwege alle operaties (ze zien er werkelijk zo freaky uit) en mijn voortand die iets scheef staat ondanks herhaaldelijke beugels. Het is niet onoverkomelijk maar soms maakt het mij verdrietig, soms baal ik er van.

Zie ik ook nog dingen die ik mooi vind, die mij niet storen? Natuurlijk! Mijn haar, daar heb ik weinig te klagen over. Mijn lippen vind ik mooi vol en rond met een goede natuurlijke kleur. Ik heb vrij slanke armen, wel zo makkelijk in kaptruitjes en halflange mouwtjes. En mijn neus en oren zijn vrij klein en alles behalve opzichtig. Allemaal goede dingen.

IMG_0454

‘De – ach, dan ben ik maar Koos Make-uploos, ik ben gelukkig – foto’s’. 

Wat zie ik als ik in de spiegel kijk? Een doodnormale vrouw die onzeker is zoals elke andere vrouw op deze wereld. Eentje die de ene dag kan zeggen ‘ja, ik zie er goed uit vandaag!’ en de andere dag twijfelt of haar man haar nog wel mooi vindt (wat altijd zo is, mijn onzekerheid staat gelukkig los van zijn liefde voor mij; hoera). Ik ben een vrouw die niet uitgesproken mooi is, niet eentje die gekwalificeerd kan worden als een ‘lekker wijf’ (maar wil ik dat wel?) of als lelijk eendje (wie ooit het in zijn hoofd haal om een vrouw zo te noemen verdient een kopstoot). Boris geeft mij een dikke 10+, ik geef mijzelf een 7,5. Niet verkeerd, meer dan voldoende zelfs, maar ook niet een dikke goed.

Ben ik alsnog wel tevreden? Ja, want ik zie er graag goed, verzorgd en ‘mooi’ uit (met of zonder make-up) maar weet dat echte schoonheid van binnenkomt. Cliché hè? Maar wel waar.

Liefs,

Elise Joanne