shutterstock 511799326 1024x683 - Het werk van.. Huisarts Anne!

Vandaag start de tweede nieuwe rubriek op de website, ‘het werk van..’! Ik ben namelijk ontzettend nieuwsgierig en ik vind het heerlijk meer te weten te komen over andere gezinnen, moeders, bijbehorende financiën en functies of beroepen. En qua dit laatste heb ik daar een bijbehorende rubriek voor bedacht. Vandaag trapt Anne af, een parttime huisarts binnen een dorpspraktijk.

Hoi! Stel je eens voor! Wie ben je, waar woon je en wat voor werk doe je? Heb je een partner, kinderen, dieren?

Mijn naam is Anne. Ik ben 33 jaar en woon samen met mijn man Bas, onze 2 zoontjes (F. geboren in 2014 en O. geboren in 2016) en onze kat. Ik ben huisarts in een kleine dorpspraktijk.

Heb je altijd al dit beroep willen uitoefenen? Hoe ben je er zo ingerold?

Nee zeker niet. Vroeger wilde ik altijd juf worden. Het leek me zo leuk om, net als mijn moeder trouwens, voor de klas te staan op een basisschool. Later heb ik nog overwogen om voor docent in het middelbaar onderwijs te gaan. Maar toen ik moest gaan kiezen voor een studierichting, koos ik voor Geneeskunde. Waarom? Ik heb serieus geen idee eigenlijk. Vroeger wilde ik ‘alles behalve dokter’ worden. Ik kreeg de kriebels van alles wat bij een menselijk lichaam hoorde, huiverde van het woord ‘botten’ en viel geregeld flauw bij biologieles. Maar toch… ergens intrigeerde het me ook. Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe ‘minder eng’ het werd en hoe meer ik mijn angsten overwon. Ik kon goed leren en ergens was het logisch dat ik voor een mooie universitaire studie zou kiezen. Ik kon op zijn minst meeloten, ik zou vast niet worden gekozen….? Maar toch, ik werd in 1x ingeloot, op mijn plek van voorkeur. Nou daar ging ik dan, op hoop van zegen. Ik verwachtte dat ik na een tijd zou afhaken, als het te moeilijk zou worden. Niet qua lesstof maar meer qua sociale interacties en angsten. Maar het ging me goed af. Juist het inlevingsvermogen en onderbuikgevoel dat je als arts echt wel moet hebben, dat had ik. Ondertussen ontmoette ik mijn huidige man. We gingen samen wonen en ik maakte mijn studie af.

Na de basisopleiding van 6 jaar was het tijd om een vervolgopleiding te kiezen. Zo kies je je specialisatie. Om precies te weten welke richting je wilt gaan doen, kiezen de meeste artsen ervoor om eerst een x aantal jaar als ‘ANIOS’ (Arts Niet In Opleiding tot Specialist) te gaan werken. Dan werk je dus als arts al ergens en kun je proeven aan het vak. Als het je dan bevalt, dan kun je solliciteren voor de opleiding. Deze vervolgopleiding duurt nog 3 tot 6 jaar. Hoe moeilijk die sollicitatieprocedure is, hangt af van het vakgebied. Zo moet je voor sommige richtingen op zijn minst werkervaring hebben en gepromoveerd zijn. En dan nog zijn er maar een beperkt aantal plekken beschikbaar. Ik heb zelf na mijn basisopleiding eerst 3 jaar bij de kindergeneeskunde gewerkt, ik wilde graag kinderarts worden. Nou vind ik kindergeneeskunde nog steeds een hartstikke mooi vak maar er stonden me ook een aantal dingen tegen. De wisselende diensten, de lange werkdagen, de ‘harde’ mentaliteit in ziekenhuizen en vooral het gebrek aan ECHT contact tussen arts en patiënt. Ik ging steeds meer twijfelen of ik dit wel wilde. Toen ik voor de keuze stond om voor de opleiding te solliciteren, heb ik ervoor gekozen om te stoppen en me te richten op een ander mooi vak: huisartsgeneeskunde. Ik werd gelukkig aangenomen voor die 3 jaar durende opleiding. Tijdens de opleiding kreeg ik onze 2 kinderen.

Hoeveel uur in de week werk je?

Ik heb een contract voor 26 uur per week. Dit wordt verdeeld over 3 dagen. Daarbij komen dan ook nog geregeld extra uren of dagen zoals het opvangen van vakantie van collega’s en de diensten op de Huisartsenpost. Dit zijn dan avond-, nacht- en weekenddiensten. Deze zijn verplicht voor alle huisartsen en worden per praktijk verdeeld. Hoe groter de praktijk, hoe meer diensten de arts moet doen. Ik doe er gemiddeld zo’n 20 per jaar. Soms een maand geen, maar de andere maand zijn er weer 3 gepland.

Wat is het leukste aan je werk?

Het leukste van mijn vak vind ik het contact met de patiënten. Dat klinkt heel logisch maar ik merk dat ik als huisarts ECHT iets voor patiënten kan betekenen. Ik kan ze helpen met angsten, onzekerheden, ik kan ze (hopelijk) gerust stellen, ik kan ze ondersteunen in moeilijke tijden, ik deel vreugde bij zwangerschappen en deel in hun verdriet bij overlijden. Ik probeer altijd af te stemmen wat patiënten en hun familie nodig hebben. Dat kan heel sporadisch een consult zijn, maar ook heel intensief zoals bijvoorbeeld in een laatste fase totdat iemand komt te overlijden. Daarbij werk ik in een klein hecht team. We proberen er iedere dag samen het beste van te maken en zo goed mogelijk voor de ‘mensen in het dorp’ te zorgen. Ondertussen hebben we steun aan elkaar en veel plezier samen. Als laatste houd ik van de afwisseling die het huisartsenvak met zich meebrengt. Ik heb standaard 10 minuten tijd voor een patiënt die op consult komt. Zo heb ik ieder uur 6 patiënten voor mijn neus, met verschillende persoonlijkheden, leefomstandigheden en klachten. Ik geef adviezen, schrijf medicatie voor en doe kleine chirurgische of gynaecologische handelingen. Als er dan nog spoedgevallen bij komen, dan kun je je voorstellen, dat iedere dag anders is!

Wat is het minst leuke/moeilijkste/zwaarste?

Het minst leuke vind ik de administratieve rompslomp die bij het vak komt kijken. Het maken van verwijzingen, het verwerken van post, het regelen, het bellen, de overleggen. Ongeveer 50% van de tijd ben ik bezig met patiëntenzorg, de andere 50% ben ik bezig met de zaken eromheen.

Het moeilijkste van het werk vind ik de onzekerheid. Zeker als huisarts, moet je afwegen hoeveel aanvullende diagnostiek je inzet en wanneer je bewust ervoor kiest om het niet te doen. Je kunt niet iedereen met hoofdpijn een hersenscan laten maken. Dat zorgt voor veel te veel druk op de toch al schaarse specialistische zorg. We willen niet dat de wachttijden te hoog oplopen, en we moeten met zijn allen ook niet willen dat de zorg onbetaalbaar wordt. Maar ik begrijp ook dat dit voor een individuele patiënt die zich zorgen maakt dat er iets ernstigs speelt, soms moeilijk te begrijpen is. Het is dan de taak van mij als huisarts om op basis van de klachten van de patiënt, de geldende richtlijnen en mijn gevoel te beslissen wat juist is. Het is zaak om de patiënt dan te overtuigen en gerust te stellen zonder diagnostiek. Dat vergt vaak tijd en energie (het is vaak sneller en makkelijker om iemand maar ‘gewoon’ door te verwijzen). Maar ook geeft het mij wel eens een onrustig gevoel. Heb ik er ECHT goed aan gedaan om geen verder onderzoek te laten doen? Heeft deze patiënt met pijn op de borst, ECHT geen hartinfarct? Het is dan fijn om even te sparren met een collega wat zijn idee erbij is.

Als allerlaatste vind ik het soms moeilijk om mijn werk te combineren met mijn gezin. Nu heb ik vaste werkdagen en hebben we hieromheen de zorg voor de jongens georganiseerd. Met veel hulp van papa, oma, en een klein gedeelte opvang, is het best te doen allemaal. Maar als er dan nog diensten bij komen, of de jongens zijn ziek, dan is het evenwicht wankel. Ik heb een verantwoordelijkheid op mijn werk en ik kan me in principe niet ziek melden. In uiterste noodgevallen, zal een collega mijn werk dan moeten overnemen.

Zijn er misvattingen over het werk wat je doet? Clichés die de ronde gaan die niet waar zijn?

Een cliché wat ik vaak terug hoor, is dat (huis)artsen veel verdienen. Ik mag absoluut niet klagen hoor, maar als ik mijn salaris en de uren die ik werk vergelijk met andere beroepen, dan is het niet buitensporig veel. Zeker de diensten op de huisartsenpost, die over het algemeen druk zijn en niet leuk, worden niet goed betaald. Zo verdient de verwarmingsmonteur die afgelopen weekend onze kapotte ketel kwam maken twee keer zoveel per uur als dat ik voor een dienst krijg.

Ook hoor ik vaak dat het handig is om arts te zijn voor je eigen kinderen als deze ziek zijn. Maar ik denk dat menig arts je kan vertellen, dat vader/moeder zijn, heel anders is en voelt dan professioneel voor iemand te zorgen. Ik kan mijn moedergevoel niet uitschakelen en kan absoluut niet objectief naar mijn eigen zieke kind kijken. Ik geef dan ook eerlijk toe dat ik een aantal keer met mijn zieke kind bij onze eigen huisarts heb gezeten voor advies.

Staat de financiële en emotionele beloning van je werk in verhouding tot de uren en de moeite die je erin steekt?

Ik denk het wel. Over het algemeen krijg ik voldoening uit mijn werk en heb ik een redelijk salaris. Maar mijn werk brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee en dit wordt nog wel eens onderschat.

Vertel, hoe ziet jouw werkdag eruit?

Ik begin ‘s morgens met het klaarmaken van ontbijt en schooltasjes voor de jongens. Als ik vroeg moet beginnen (2 dagen in de week), dan brengt mijn man ze naar school en ben ik al op mijn werk voordat ze überhaupt wakker zijn.

Ik begin met het lezen van de post die binnen is gekomen van afgelopen avond en nacht. Zoals bijvoorbeeld berichten van de huisartsenpost. Zo weet ik welke patiënten de huisartsenpost hebben bezocht en met welke klachten. Voor welke patiënten moet ik vandaag nog extra aandacht hebben? Om 8.30u begint mijn spreekuur. Er komen de hele ochtend patiënten en deze probeer ik zo goed mogelijk te helpen. Ondertussen probeer ik niet uit te lopen. Ik vind het persoonlijk vervelend als mensen lang moeten wachten. Gelukkig lukt dit meestal goed en loop ik (uitzonderingen daar gelaten) hooguit 15 minuten uit.

Na het spreekuur heb ik onder het drinken van een kopje thee, overleg met de doktersassistentes. De assistentes hebben gedurende de ochtend telefoontjes gehad van patiënten en hebben hier vragen over die ik beantwoord. Dan ga ik beginnen met mijn telefonisch spreekuur. Deze patiënten staan op de agenda en wachten bijvoorbeeld op de uitslag van bloedonderzoek of een röntgenfoto. Of ze willen graag teruggebeld worden voor overleg of een antwoord op een vraag. Ik maak verwijzingen en verwerk recepten en de brieven van specialisten. Dan is het meestal tijd voor een gezamenlijke lunch. Gelukkig is hier meestal wel tijd voor in ons team. We kletsen gezellig.

Na de lunch is het tijd voor het maken van visites. Dit zijn patiënten die in verband met ziekte of ouderdom niet naar de praktijk kunnen komen en die door mij bezocht worden. Het heeft altijd de voorkeur om zelf naar de praktijk te komen, omdat we hier meer mogelijkheden hebben tot diagnostiek. Zo kunnen we bijvoorbeeld bloed prikken of hartfilmpjes maken. Het aantal visites varieert van 0 tot 5.

Na de visites kom ik terug naar de praktijk en verwerk ik de afspraken of schrijf ik medicatie voor. Daarna is het tijd voor nog een aantal consulten op de praktijk. Dit zijn meestal spoedafspraken die niet kunnen wachten op de volgende dag. Na deze afspraken, verwerk ik nog de laatste post en recepten. Meestal ben ik dan om 17u klaar en sluit ik de praktijk om naar huis te gaan.

Kan je je werk gemakkelijk loslaten als je thuis komt?

Meestal wel. In de auto naar huis, overdenk ik wat zaken en ‘schakel ik af’ terwijl ik naar de radio of een podcast luister. Uiteraard zijn er speciale patiënten of casussen die ik meedraag of die mij ‘iets’ doen. Dit kan medeleven zijn, verdriet, zorgen, frustratie maar ook blijdschap en opluchting. Ik bespreek deze dingen meestal met mijn man of met mijn intervisie groepje van artsen.

Als je járen terug in de tijd mocht, naar je jongere ‘ik’, zou je dan een andere keuze hebben gemaakt omtrent je te belopen carrièrepad? Een andere studie, een andere richting?

Nee. Ik zou mezelf gerust stellen en zeggen dat ik me geen zorgen hoef te maken, omdat het uiteindelijk allemaal goed komt. Ik heb totaal geen spijt van mijn tijd bij de kindergeneeskunde want dat heeft me ontzettend veel geleerd en had ik ook nodig om die wens los te kunnen laten. (Alhoewel ik bepaalde aspecten van de kindergeneeskunde nog steeds mis hoor)

Wat zou je mensen nog meer willen laten weten over je werk, je beroep?

Dat huisartsen ook mensen zijn, dat we over het algemeen ons uiterste best doen om patiënten te helpen. Ik vind het moeilijk als ik in mijn directe omgeving, of in het nieuws, berichten hoor van mensen die het gevoel hebben foutief te zijn behandeld door (huis)artsen. Er wordt dan zo negatief gedaan, gesproken over de onkunde van de arts of reacties van derden bij gehaald. Het steekt me als mensen de huisarts enkel zien als iemand ‘die in de weg staat’ om een verwijzing te regelen voor het ziekenhuis en dat huisartsgeneeskunde niet gezien wordt als specialisatie. Ik ken menig specialist die voor geen goud met vak zou willen ruilen!

Heel erg bedankt voor je deelname Anne, fijn dat je zo uitgebreid bent geweest en ons een uniek kijkje hebt gegeven in je werk. Leuk ook om te vertellen dat Anne binnenkort, net zoals Birte de verloskundige, ons een echt kijkje laat nemen in haar leven als huisarts door een casus/situatie met ons te delen! Het artikel staat al klaar en zal over een aantal weken online komen, stay tuned!

Liefs,

Elise Joanne