Vol Verwachting: Anna's verhaal - Deel 1

Wij zijn weer een aantal weken verder in het verhaal van Anna die vandaag deel 3 deelt. Deze keer gaat ze verder in op haar ervaringen met het VUmc en hoe spannend het is om ‘opnieuw’ te beginnen met de onderzoeken. En hoe vreemd het is om te horen dat je ‘mooie eierstokken hebt’. Anna deelt elke maand haar ervaring met medische traject en de wens om een kindje te mogen krijgen. Lees je mee ?

Anna schreef mij een klein tijdje geleden een mail waarin ze vroeg of ik geïnteresseerd was in haar verhaal. Ik deel natuurlijk elke twee weken een bevallingsverhaal van een bezoeker maar de andere kant van het ‘zwanger willen worden’ spectrum blijft onderbelicht. En daar wilde ik verandering in brengen. Grappig genoeg had ik het er met Boris over, een dag voordat Anna mailde. Ik wilde graag een vrouw aan het woord laten die mij/ons meer kon vertellen over de – in de volksmond genoemde – medische malle molen. En toen mailde Anna! Het heeft zo moeten zijn. Vanaf nu kan je één keer per maand, op de maandag, haar verhaal lezen. En dat is absoluut de moeite waard. 

Lees hier Vol verwachting – Deel 1
Lees hier Vol Verwachting – Deel 2

Deel 3

Deel drie alweer van mijn verhaal. Wat gaat het snel! In deel 1 vertelde ik over de periode voor de onderzoeken. Deel twee ging over de eerste onderzoeken, de eerste uitslagen en de emotionele impact. Nu deel drie, waarin ik ga vertellen over het voortraject in het VUmc. Ondanks dat we al behoorlijk wat achter de rug hebben, begint het voor mijn gevoel nu pas echt. Ik vroeg me vooral af welke onderzoeken ze allemaal opnieuw wilden doen. Zou de hele tijd in het eerste ziekenhuis voor niets zijn geweest?

Voordat we naar het ziekenhuis konden, moesten we eerst wachten op onze verwijsbrieven. Die moesten we opsturen, waarna we een vragenlijst thuisgestuurd kregen. Die moest eerst weer retour, en daarna kregen we een uitnodiging voor de intake. Het voelde nogal omslachtig allemaal. Kon het ziekenhuis die verwijsbrieven niet meteen doorsturen, samen met de vragenlijsten die we voor hen al ingevuld hadden? Blijkbaar is dat niet mogelijk, of wil ieder ziekenhuis per sé hun eigen vragenlijst hebben. Het voelt wat omslachtig allemaal, maar uiteindelijk konden we eind augustus van dit jaar terecht voor onze intake. Een wachttijd van een week of zes. Dat viel ons nog heel erg mee. Tussendoor gingen we nog op vakantie, dus die wachttijd voelde helemaal niet zo lang. Ik was ook lang niet zo zenuwachtig voor deze afspraak als voor eerdere afspraken, ik had er zelfs wel zin in! Ik wilde graag verder, en nu we bij het VUmc zitten voelt het alsof het nu allemaal gaat starten.

Eind augustus zitten we dus bij de intake. Onze arts is een vrouw. Dat vind ik prettig. Ook al zou ik nooit specifiek om een vrouw vragen, het voelt toch net iets meer vertrouwd bij een vrouw. Omdat het een intake is, ga ik er vanuit dat we alleen een gesprek zullen hebben, waarbij we te horen krijgen hoe lang de wachttijd precies is.

Het gesprek lijkt in grote lijnen op het eerste gesprek dat we hadden bij de gyneacoloog in het eerste ziekenhuis, een tijd terug. We nemen de vragenlijst in detail door. De arts noteert alles, en legt uit wat er allemaal nog moet gebeuren. In het eerste ziekenhuis hebben ze gekeken of alles werkt, en of alles er goed uit ziet. In het VUmc willen ze ook weten of alles geschikt is voor IVF of ICSI. Dus heeft het zaad van Mark voldoende goede zaadcellen? Liggen mijn eierstokken goed voor de punctie (het weghalen van de eicellen)? Er moeten daarom een aantal onderzoeken over.

De arts doet meteen het lichamelijk onderzoek. Ze neemt een uitstrijkje en doet een (inwendige) echo. Daaruit blijkt dat mijn linker eierstok gedraaid ligt. Hij ligt aan de bovenkant van de baarmoeder, waardoor de punctie mogelijk lastig wordt. De arts probeert, door te drukken op mijn buik, de eierstok in de goede positie te dwingen. Dat voelt behoorlijk onprettig, en het lukt allemaal niet zo goed. Ik moet daarom nog een keer terugkomen zodat de hoofdarts van het IVF-centrum de echo kan doen. Hij kan mogelijk de eierstok toch in de goede positie krijgen door (nóg harder) op mijn buik te drukken.

Mark moet weer zaad inleveren, en we moeten allebei bloed laten prikken op enge ziektes zoals Hepatitis A t/m Z. Na anderhalf uur staan we weer buiten met een heleboel informatie en afspraken. De assistente heeft de afspraken zo gepland dat er zo min mogelijk tijd voor nodig is. Daar heeft ze heel erg haar best voor gedaan: artsen vragen, artsen bellen, schuiven in de agenda…Lief! Half oktober zullen we te horen krijgen of we mogen gaan starten of niet. Spannend!

Het goede nieuws: er is geen wachttijd meer! Dat valt enorm mee, want we hadden er rekening mee gehouden dat die erg lang zou zijn. Als we dus half oktober groen licht krijgen, kunnen we in november misschien al van start.

Ongeveer 2 weken later kan Mark terecht voor het zaadonderzoek. Bij het eerste ziekenhuis kon dat thuis, dit keer moet het ter plekke gedaan worden. De vrouw mag zelfs mee, in het bed staat een (ziekenhuis)bed, en achteraf moet op een formulier ingevuld worden of het zaad is verkregen door “massage” of “vroegtijdige onthouding”. In de kamer staat verder niet zoveel, een ouderwetse beeldbuis met dvd-speler en een stoel. Maar ja, wat heb je verder ook nodig? De uitslag laat nog even op zich wachten, die krijgen we half oktober bij de vervolgafspraak.

Tussendoor moest ik nog even langs bij de internist. Ik moest op vervolgafspraak komen om te horen of de dosering van mijn schildklier medicijnen goed is. Daarvoor had ik een week eerder (alweer) bloed laten afnemen. Ik had een uurtje in de ochtend vrij gekregen van mijn werk om even langs het ziekenhuis te kunnen. Omdat het niet zo’n belangrijke afspraak is kan ik daarna nog makkelijk naar mijn werk. Maar, zodra ik ga zitten verteld de internist dat er in mijn bloed antistoffen zijn gevonden. Ik ben een auto-immuunziekte aan het ontwikkelen, de ziekte van Hashimoto. Ik schrik heel erg omdat ik tijdens deze afspraak geen echte uitslagen had verwacht, en helemaal overdonderd verlaat ik het ziekenhuis. In de auto moet ik huilen. Ik bel Mark in tranen op, dat ik een auto-immuunziekte heb (wat klinkt dat eng!), dat ik moet werken, maar ik kan nu helemaal niet werken. Mark stelt me gerust, en zegt dat ik mijn baas moet bellen. Dat doe ik. Mijn baas is erg lief en begripvol, en ze geeft me onmiddellijk de hele dag vrij, op voorwaarde dat ik iets leuks ga doen. Opgelucht bel ik Mark op, en hij vertelt dat hij al onderweg is naar huis. Die dag gaan we naar het strand en maken we een lange wandeling door de duinen. Zo fijn, omdat mijn baas al wist wat er speelde kon ze me vrij geven, waardoor ik dit rustig een plekje kon geven. Achteraf, na veel gegoogle, denk ik dat het wel mee gaat vallen met die ziekte van Hashimoto. Ik denk dat ik niet veel klachten zal hebben omdat we er vroeg bij zijn. Ik zal alleen mijn leven lang medicijnen moeten slikken.

Toen was het alweer tijd voor de echo bij de hoofdarts. Ik voelde me wel gespannen, maar was lang niet zo zenuwachtig als in het begin. Thuis ga ik nog plassen, want voor de echo moet ik een lege blaas hebben. In de wachtruimte moest ik alwéér een beetje plassen, maar omdat ik thuis al was geweest ging ik er vanuit dat ik nooit een echt volle blaas kon hebben. Ik wilde ook niet op de wc zitten als ik opgeroepen werd, dus ik hield het maar even op.

De echo werd dit keer gedaan door 2 artsen, beide mannen. Op het moment van schrijven realiseer ik me dat ik eigenlijk niet weet wie die tweede man was. De ene was de hoofdarts en die ander…? De echoscopist? Een arts in opleiding? Oud basisschoolvriendje? We zullen het nooit weten.

De tweede arts begint met de echo, terwijl de hoofdarts meekijkt op het scherm. “Aha” zegt hij meteen, “je moet plassen zie ik. Erg nodig”. En dus moet ik me weer aankleden, naar de wc, en me weer uitkleden. Pro-tip: als je moet plassen voor je echo, ga dan ook plassen!

Deze artsen concluderen hetzelfde: de linker eierstok ligt onhandig voor de punctie. Maar: hij functioneert érg goed. Nog beter dan rechts, en daar waren ze al enthousiast over. “Mooie eierstokken” zegt de één. “Inderdaad, mooie eierstokken” zegt de ander. Top.

Door met de transponder een soort schansje te maken, en met de hand bovenop de buik te duwen, krijgen ze mijn linker eierstok toch naar beneden gedrukt, waardoor de punctie geen probleem zou moeten zijn. Het voelt, op zijn zachtst gezegd, niet erg prettig, maar dat maakt niets uit. Dat de punctie mogelijk is, is het allerbelangrijkst.

Als we weggaan zijn we allebei ontzettend opgelucht. Eindelijk eens goed nieuws! We moeten nog een week wachten op de vervolgafspraak. Dan krijgen we te horen of we mogen beginnen, of dat we toch eerst een ander traject in moeten om onze kansen te vergroten. Voor deze afspraak ben ik érg zenuwachtig, ik wil het zo graag weten!

De volgende keer vertel ik over die afspraak, en hoe het daarna verder ging. Tot dan!

Veel liefs,

Anna