Vol Verwachting: Anna's verhaal - Deel 1

Wij zijn weer een maand verder, tijd voor het tweede deel van Anna’s verhaal. De eerste keer nam ze ons mee naar het begin, de start van hun wens om ouders te worden. Hoe het maar niet wilde vlotten en het besluit genomen werd om naar de dokter te gaan. Anna staat op het punt te beginnen met ICSI/IVF behandeling en in dit deel vertelt ze hoe het was om zich te melden bij het ziekenhuis, om de testen te ondergaan en wat de uitslag was en daarmee ook de emotionele impact van het feit dat het zonder niet ging lukken. Lees je mee?

Anna schreef mij een klein tijdje geleden een mail waarin ze vroeg of ik geïnteresseerd was in haar verhaal. Ik deel natuurlijk elke twee weken een bevallingsverhaal van een bezoeker maar de andere kant van het ‘zwanger willen worden’ spectrum blijft onderbelicht. En daar wilde ik verandering in brengen. Grappig genoeg had ik het er met Boris over, een dag voordat Anna mailde. Ik wilde graag een vrouw aan het woord laten die mij/ons meer kon vertellen over de – in de volksmond genoemde – medische malle molen. En toen mailde Anna! Het heeft zo moeten zijn. Vanaf nu kan je één keer per maand, op de maandag, haar verhaal lezen. En dat is absoluut de moeite waard. 

Lees hier Vol verwachting – Deel 1

Vorige maand kwam mijn eerste artikel online. Ik vond dat natuurlijk erg spannend, maar ik heb alleen maar lieve reacties gehad. Dankjulliewel!

Bijzonder om te lezen, zoveel reacties van vrouwen die ook in een medisch traject zitten. En dat terwijl je er in het dagelijks leven echt nooit iemand over hoort. Het is echt een taboe, vreemd eigenlijk.

De vorige keer eindigde ik waar het eigenlijk allemaal pas echt begon: de eerste afspraak in het ziekenhuis.
Als voorbereiding op de afspraak moeten Mark en ik een lange vragenlijst invullen. De vragen lijken op die van de huisarts, maar dan véél uitgebreider. Ik moet allerlei informatie invullen over mijn eerste menstruatie, gebruik van anticonceptie, SOA’s, erfelijke ziekten, alcoholgebruik en nog veel meer. Mark moet ook een vragenlijst invullen, met ongeveer dezelfde vragen (alleen dan natuurlijk gericht op mannen).

We krijgen ook een boekje met allerlei informatie over de onderzoeken die nog (kunnen) gaan volgen. Van spermaonderzoeken tot kijkoperaties. Ik lees dat boekje globaal door, maar focus me vooral op dat eerste onderzoek. Dan zie ik daarna wel weer verder, zenuwachtig worden over onderzoeken die wellicht niet eens plaats zullen vinden heeft ook geen zin. Ik vind dat eerste lichamelijke onderzoek al erg genoeg.

Omdat ik nog steeds onregelmatig ongesteld ben, is het lastig om de afspraak goed te plannen. Ik mocht namelijk tijdens de afspraak niet menstrueren in verband met het lichamelijk onderzoek. Een paar dagen voor het onderzoek word ik ongesteld, dus moet ik de afspraak verzetten. Daar baal ik van, want ik zie er al zo tegenop. Gelukkig valt de vertraging mee, we kunnen een week later terecht, op 24 januari.

Ik krijg daardoor wel een andere gynaecoloog, maar dat vind ik niet erg. Ik ken deze artsen toch nog niet. Ik google wel even de “nieuwe” arts. Het is een vrouw, en stiekem vind ik dat wel fijn. Ik kan niet goed uitleggen waarom, want ik heb niet specifiek om een vrouw gevraagd en dat zal ik ook nooit doen, maar een vrouw voelt toch vertrouwder denk ik. Ze is online ook goed beoordeeld, iedereen schrijft dat het zo’n fijne gynaecoloog is. Dat is toch alvast een kleine opluchting.

Op de dag van de afspraak ben ik vreselijk nerveus. Ik ga me douchen en scheren (want als je naar de tandarts gaat dan poets je ook even je tanden) en merk dat zelfs dat me zenuwachtig maakt. Want stel dat het toch niet helemaal fris is? Of dat ik per ongeluk een paar haartjes vergeet met scheren? Dat gaat natuurlijk allemaal nergens over, dat weet ik ook wel. Maar ik heb nog nooit met mijn benen omhoog in zo’n stoel gelegen. Ik ben ook bang dat er iets niet goed is met mijn vagina. Dat de arts kijkt en uitroept: “Wat gebeurt hier? Geen wonder dat het niet lukt!” Hoe moet ik weten of mijn vagina “goed” is? Ik heb nooit een andere gezien. Ja, ik had wat irreële angsten, en daar was ik me toen ook al bewust van. Gelukkig kon ik mezelf terwijl ik het dacht, redelijk tot de orde roepen. Maar de zenuwen gingen natuurlijk niet weg. Ik was echt misselijk van de zenuwen.

Toen was het eindelijk zover. De gynaecoloog liep flink uit, maar ze nam de tijd voor ons. Ze nam eerst de formulieren met ons door, en stelde ons gerust: jullie zijn jong, er is geen directe aanleiding waarom het niet zou lukken. We gaan even wat onderzoeken doen, maar het komt vast goed. Na het gesprek kwam het lichamelijke onderzoek. In een apart kamertje kon ik me uitkleden en gaan liggen op De Stoel. Er was ook een co-assistente, die (ik denk voor het eerst) een lichamelijk onderzoek ging doen. Op mij dus. Dat vind ik altijd prima, want zij moeten het ook leren, maar in plaats van 1 paar vreemde ogen, had ik nu 2 paar vreemde ogen op me gericht. De co-assistente was waarschijnlijk net zo nerveus als ik.

Tijdens het onderzoek doen ze een aantal dingen: de “eendenbek” gaat in de vagina om hem (haar?) te spreiden zodat ze goed kunnen kijken. De eendenbek is van kunststof en ze gebruiken glijmiddel, dus het doet absoluut geen pijn en het is ook niet koud. Bij mij duurde het even voordat het gelukt was. Ze positioneren die spreider op zo’n manier dat ze zicht hebben op de baarmoedermond, maar de co-assistente kon mijn baarmoedermond niet vinden. Heb ik weer. Daar lig ik dan, terwijl onder mij een gesprek over mijn verstopte baarmoedermond plaatsvindt. Ondertussen vraag ik me af hoe je de baarmoedermond niet kunt vinden, aangezien de route ernaartoe volgens mij niet ingewikkeld is.

Toen de eendenbek na het nodige speurwerk eenmaal zat, namen ze een monster van de baarmoederhals. Dit testen ze op chlamydia. Verder voelt de gynaecoloog met haar vingers op onregelmatigheden en andere zaken die niet (lijken te) kloppen. Het lichamelijke onderzoek neemt bij elkaar denk ik nog geen 5 minuten in beslag. Het onderzoek doet ook geen pijn, en toen ik eenmaal in die stoel lag vond ik het ook niet zo heel erg meer. Het is wat ongemakkelijk, maar op het moment suprême was ik daar ook niet zo erg meer mee bezig. Het was me enorm meegevallen.

Voor Mark werd er een afspraak gemaakt om een zaadonderzoek te doen. Hij mocht thuis het “monster opwekken”, vond ik een grappige omschrijving. Het moet dan binnen een half uur op het ziekenhuis gebracht worden, waarbij het niet te warm en niet te koud mag worden. Een heel gedoe.

Voor mij wordt er voorafgaand aan de volgende afspraak nog een transvaginale (inwendige) echo gepland. Ze kijken dan of de baarmoeder en eierstokken er goed uitzien. Verder moet ik bloed laten afnemen, dus dat doen we meteen maar even.

Een hele berg informatie en afspraken rijker verlaten we het ziekenhuis. Het was meegevallen, maar jeetje, wat is het nu al een hoop! Mark levert een paar weken later netjes zijn “monster” in, en dan is het wachten op de uitslagen.

Een week of 5 later staan we in het ziekenhuis voor de tweede afspraak. We hebben dus eerst nog de echo en daarna de afspraak met de gynaecoloog. Ik ben weer misselijk van de zenuwen voor deze echo, Mark blijft erbij en het valt weer heel erg mee. Ze brengen de transducer (met een condoom erom) een klein stukje in de vagina, zodat ze de eierstokken en de baarmoeder goed kunnen zien. De echoscopist geeft geen uitslagen, maar ze laat wel zien wat de follikels in mijn eierstokken zijn en hoe de baarmoeder eruit ziet. Wat is zo’n follikel groot! Makkelijk 1 of 1,5 centimeter.

Terwijl ik me ga omkleden zet de echoscopist de foto’s van de echo vast in ons dossier. “Er staat hier dat je straks een potje moet meenemen voor een zaadonderzoek, dat moet je niet vergeten” zegt ze tegen Mark. We bedanken haar en gaan weer in de wachtkamer zitten. Daar komen we tot de conclusie dat de uitslag van het eerste onderzoek niet goed geweest kan zijn, want anders is er toch geen tweede onderzoek nodig? Voor het eerst realiseren we ons dat de uitslag wel eens tegen kon vallen.

Als we bij de gyneacoloog binnen komen, begint ze met de uitslagen van mijn onderzoeken. Bijna alles is goed, alleen mijn schildklierwaardes zijn niet helemaal goed. Niets om ons zorgen over te maken, maar in combinatie met mijn onregelmatige cyclus wel reden voor een tweede bloedonderzoek. Mogelijk hebben die twee zaken met elkaar te maken.

Dan draait ze naar Mark. De uitslag van het zaadonderzoek is niet goed. “Nu is het moeilijk om goed te blijven luisteren” zegt ze “maar je moet toch goed je best doen om op te letten”.

In Mark’s zaad zaten veel te weinig zaadcellen, ongeveer 10% van wat het had moeten zijn. Ze zwemmen ook lang niet allemaal goed. Mark heeft wel griep gehad, mogelijk is de uitslag daardoor slechter uitgevallen. Daarom moet er nog een onderzoek plaatsvinden. Hij wordt doorverwezen naar de uroloog.

De gynaecoloog drukt ons op het hart dat er in ieder geval wel een aantal goede zaadcellen zijn. Dat is goed, want IVF of ICSI blijft daardoor een mogelijkheid. Bovendien zijn we jong, we zijn er vroeg bij en dat vergroot onze kansen. We hebben nog nooit van ICSI gehoord, maar we vragen er geen van beide naar. Ik denk dat we allebei nog even moesten verwerken wat we zojuist gehoord hadden. Bovendien komt die uitleg later wel, als het aan de orde is. We maken nieuwe afspraken, bij de uroloog en de gynaecoloog, en nemen een nieuw leeg potje mee naar huis. Ik moet nog even wachten met bloed laten prikken, zodat er een beetje tijd tussen de twee uitslagen zit.

We praten er thuis nog even over na. Dat die griep van Mark invloed heeft gehad op de zaadkwaliteit geloven we wel, maar dat is toch niet het verschil van 100.000 naar 9 miljoen? Nee, we kunnen haast niet geloven dat de volgende uitslag ineens goed zal zijn. We blijven het gewoon op de natuurlijke manier proberen, terwijl we wachten op meer duidelijkheid. Toch realiseren we ons nu dat het wel eens moeilijk kon gaan worden.

Een paar weken later laat ik bloed prikken, en Mark heeft zijn eerste afspraak bij de uroloog. Ze doet een lichamelijk onderzoek, waarbij ze een klein spatadertje op de balzak ontdekt. Dat kan zorgen voor een minimale temperatuursverhoging van de ballen, en dat is niet goed voor de zaadkwaliteit. Ook is 1 van Mark’s ballen aan de kleine kant. Dat heeft mogelijk ook effect op de hoeveelheid zaad. Hij krijgt ook de uitslag van zijn tweede zaadonderzoek. Het is nog steeds niet goed, maar wel beter dan de vorige keer. Er zijn meer goede zwemmers en meer zaadcellen, maar nog steeds veel te weinig. Er moet een echo gedaan worden van de balzak, om te kijken hoe het precies zit met die spatader. Verder moet Mark bloed laten afnemen, om de testosteronwaardes te controleren.

Een paar weken later heeft Mark de echo, en aansluitend de uitslagen ervan bij de uroloog. De echo wordt gedaan door een enigszins smoezelige echoscopist (labjas open, vergeelt T-shirt eronder) die binnenloopt, zonder iets te melden de echo doet, en weer wegloopt. Wat een verschil met mijn echo! De uroloog vertelt later dat het spatadertje echt maar klein is, een behandeling zou maar heel minimaal effect hebben. Bovendien is dat effect maar tijdelijk, en de behandeling heeft als mogelijke complicatie dat de ballen verschrompelen (WAT?). Dat is het wat ons betreft ab-so-luut niet waard.

Verder zijn Mark’s testosteronwaardes aan de lage kant. Mogelijk is er een verband tussen de testosteronwaarde en zijn kleine testikel. Het kan behandeld worden, maar dat heeft dan weer een negatief effect op de vruchtbaarheid. De uroloog raadt hem daarom aan om terug te komen als het hele traject achter de rug is.

Een week voor onze afspraak bij de gynaecoloog belt ze me op. De waardes van mijn schildklier zijn nog steeds niet goed, dus ze verwijst me door naar de endocrinoloog. Ik bel meteen voor een afspraak. Omdat de wachttijden voor de “echte” endocrinoloog me te lang zijn, maak ik een afspraak bij de arts in opleiding.

Dan zitten we voor onze derde afspraak bij de gynaecoloog. We weten eigenlijk al wat we te horen zullen krijgen: doorverwijzing voor IVF/ICSI. Inmiddels heb ik het opgezocht. ICSI is een IVF behandeling waarbij de zaadcel direct in de eicel wordt geïnjecteerd. Het wordt toegepast als het zaad te slecht is voor gewone IVF.

We kregen gelijk. we worden doorverwezen naar een ander ziekenhuis waar ze IVF toepassen, en we kiezen voor het ziekenhuis met de beste cijfers: het VUmc. We krijgen ook te horen dat de wachtlijst wel eens enorm kan zijn, maar zeker weten doet de gynaecoloog dat niet. Ze wenst ons veel succes met het vervolgtraject, en wil het als eerste weten als het ons gelukt is om zwanger te worden. “Nou ja, na jullie ouders dan”, voegt ze eraan toe. Ik was heel blij met haar als gynaecoloog, een ontzettend lieve en bekwame vrouw.

Als we weg gaan ben ik verdrietig. Nu voelt het ineens “echt”. Dat is een opluchting maar ook een reality-check. We gaan nu echt het traject in, heftig! Onze directe familie hebben we op de hoogte gesteld vanaf het moment dat we naar de huisarts gingen. Nu we zijn doorverwezen voor het ICSI-traject, besluiten we het ook aan vrienden te gaan vertellen. Die reageren allemaal superfijn, het is prettig om het er ook met anderen over te kunnen hebben. Ik breng ook mijn baas op de hoogte. Ik heb nogal wat verzuim gehad door alle onderzoeken, en ik vind dat ze hoort te weten waarom. Ook zij reageert heel fijn, en geeft me alle ruimte die ik nodig heb. Ik vertel het ook aan een aantal collega’s, zodat ze weten waarom ik er soms niet ben. Ik maak er geen geheim van, als het zo uitkomt dan vertel ik het gewoon. Er heerst een soort taboe, maar als ik het vertel krijg ik nooit nare reacties. Eigenlijk uitsluitend lieve en steunende reacties. Ik vind het prettig dat mensen zo nu en dan vragen hoe het gaat, omdat ze weten dat we in dit traject zitten. Het is een groot deel van ons leven op dit moment, dus het is alleen maar fijn om het er soms even over te hebben.

Emotioneel is het best heftig geweest, maar Mark en ik zijn er allebei vrij nuchter over. We kunnen er goed over praten, met elkaar en met anderen. Dat zorgt ervoor dat we er relaxed en positief in staan.

In het volgende deel vertel ik over al onze avonturen in het VU tot nu toe. Hoe lang is die wachtlijst precies? En moeten alle onderzoeken over omdat we doorverwezen zijn? Spoiler: nee, maar sommige wel. Volgende maand vertel ik er alles over!

Veel liefs,

Anna (& Elise Joanne)