Goede Voorbereiding: Adoptieverhaal van Karen

Vandaag zou het 36e bevallingsverhaal online komen in de rubriek Goede Voorbereiding. Ik gooi het deze week over een andere boeg en doe dat met heel veel liefde en plezier. Mijn zeer gewaardeerde collega Karen heeft namelijk een prachtige zoon genaamd Robin en hij is van dezelfde leeftijd als Fos. Karen heeft samen met haar man namelijk Robin uit Amerika geadopteerd, dik 1,5 jaar geleden. Ik vond het tijd om naast Anna haar weg naar een zwangerschap, ook dit pad te belichten. Ik ben zeer verheugd dat Karen haar verhaal wilde opschrijven voor deze rubriek! Lees je mee?

De rubriek heet nog steeds ‘Goede voorbereiding’ omdat de andere verhalen daar ook onder gekoppeld staan. Al is het niet meer mijn voorbereiding waarom ik de verhalen nu deel, voor een ander wellicht wel. Iedere bevalling loopt anders, geen verhaal is hetzelfde. Een goede voorbereiding is het dus ook eigenlijk niet en toch.. het hielp mij, en wellicht helpt het jou. Misschien ben jij al bevallen of heb je een kinderwens; in welke fase je ook zit (of niet zit) ik ‘genoot’ van elk verhaal en hoop voor jou hetzelfde.

Elke twee weken verschijnt er op vrijdag een nieuw verhaal. Je kan hier de andere verhalen lezen en hier mijn bevallingsverhaal.

Vandaag het woord aan Karen van Karenz. Karen heeft zelf natuurlijk ook geschreven over haar ervaringen en weg naar adoptie van Robin. Lees hier haar column over de tranen op het vliegveld en hier over het ophalen van Robin in een fotodagboek.

Het is woensdagochtend wanneer mijn telefoon gaat. In het scherm zie ik de naam van S., S. is de de dame van ‘ons’ adoptiebureau. Het rare is dat zij mij natuurlijk al wel eens vaker had gebeld, maar dit keer zag ik haar naam staan en wist ik: ‘Dit is het beruchte telefoontje’.

Op de een of andere manier had ik sowieso een soort voorgevoel dat we in de zomer ons kindje zouden mogen gaan ophalen, maar ik kan niet met zekerheid zeggen of dat nou echt een voorgevoel was, of mijn grootste wens. Ik had er al zo lang naar verlangd, maar in de zomer zou het huis af zijn dat we net hadden gekocht. In ons nieuwe huis had ik ook al een kamertje voor ons kindje ingericht. Dat had ik in de vorige tijdelijke huizen niet de moeite gevonden.

Maar ondanks dat ik gehoopt had dat het telefoontje zou komen, kwam het 3 weken nadat we in ons nieuwe huis waren getrokken, toch wat onverwacht. Trillend nam ik de telefoon op. Een enthousiaste S. begroette me: ‘Hi Karen, hoe is het? Ik val maar meteen met de deur in huis. Er is een jongetje geboren en de biologische moeder heeft jullie uitgekozen om zijn ouders te worden. Is Mark in de buurt, want jullie moeten samen even naar het dossier kijken en graag antwoorden’.

Goede Voorbereiding: Adoptieverhaal van Karen

En zo werden wij opeens ouders. Normaal ben je ongeveer 9 maanden zwanger. Onze ‘zwangerschap’ duurde zo’n drie jaar (de hele adoptieprocedure bij elkaar), maar ‘de bevalling’ gebeurde gelukkig wat sneller. Normaliter heeft een biologische moeder nog een aantal dagen om te beslissen of ze haar kindje daadwerkelijk bij andere ouders wil laten opgroeien. Onze zoon was al een paar dagen eerder geboren, dus zijn biologische moeder zou ’s avonds al voor afstand tekenen.

Mark was helaas niet in de buurt, hij was net voor werk naar Duitsland vertrokken en ik kon hem gelukkig nog net, voordat hij het vliegtuig in stapte, bereiken. ‘Je bent vader geworden’. Ik denk dat dit achteraf het meest bizarre telefoongesprek was dat ik ooit voerde, want de kersverse vader dacht dat ik in eerste instantie een grap maakte.

’s Avonds kwam hij eerder thuis en rond tienen zaten we met Robin’s biologische moeder aan de telefoon, die net de verklaring had getekend. Dat was het tweede meest bizarre telefoongesprek dat ik ooit voerde. ’s Ochtends hadden we gehoord dat we ouders zouden worden, 12 uur later overlegden we met deze dappere lieve moedige vrouw over de naam die we ons kind zouden geven. Wij gaven Robin zijn eerste naam, zij koos zijn tweede naam.

Toch waren er nog wat hobbels te nemen, waar ik je niet mee zal vermoeien. Gelukkig kregen we tweeëneenhalve week later de officiële toestemming om uit te reizen. Op een zaterdag landden we in de VS en op zondag zouden we onze zoon gaan ontmoeten. Onze ontmoeting wil ik graag voor onszelf houden, maar het was nog al een onwerkelijke situatie.

Opeens heb je een prachtig, klein, wijs, fragiel wondertje in je armen dat jou op een dag papa en mama gaat noemen. Opeens was onze puzzel compleet. Dit was onze zoon. Dit wonder mochten wij gaan verzorgen, gaan knuffelen, gaan voeden, gaan leren en van gaan genieten. En nee.. hij had niet Mark’s neus of mijn mond. Maar hij was wel van ons. Ik herkende hem meteen.

Na een hele intense, mooie en intieme periode in de VS waarin we aan elkaar konden wennen vanuit onze eigen bubbel, gingen we drie weken later met z’n drieën terug naar Nederland. Dat was fijn en eng tegelijk. Het was heerlijk om onze zoon waar we zo trots op waren (en zijn) aan onze familie en vrienden te kunnen laten zien. Zo veel mensen die met ons hadden meegeleefd. Toch was het ook een beetje eng. We hadden in zo’n heerlijke cocon geleefd en opeens zou het dagelijkse leven gewoon weer beginnen.  We landden niet alleen terug in Nederland, maar het was letterlijk en figuurlijk een beetje landen vanaf onze grote lichtblauwe wolk.

Gelukkig had Robin er minder moeite mee dan wij. Hij was al meteen gewend, al vond hij geblaf van de hond in het begin een beetje eng.

Voor we het wisten was alles normaal. Het leek alsof onze zoon er nooit niet geweest was. Ik liep rond in ons nieuwe huis met mijn kleine baby op mijn arm. Het klopte. Het hele plaatje klopte.

En al heeft onze ‘zwangerschap’ en de weg er naar toe een stuk langer geduurd dan het bij anderen normaliter duurt, het was het allemaal waard. Wat is het prachtig om moeder te kunnen zijn. Wat ben ik Robin’s biologische moeder intens dankbaar.

Dankjewel voor het delen Karen, ik vind dit een enorm waardevolle toevoeging aan deze rubriek!

Tot over twee weken!

Liefs,

Elise Joanne